Nederland

BOLSWARD (in bewerking)

GESCHIEDENIS

In 836 wordt in Stavoren een klooster gesticht door de priester Odulphus (±775-±865). Hij wijdt de abdij toe aan de Moeder Gods. In 1132 wordt dit klooster overgedragen aan de Benedictijnen. In de Lieve Vrouwe Abdij staat een oud Mariabeeld en vele pelgrims komen bidden bij dit beeld. Maria is er gekleed in Friese klederdracht en zelfs met een Froese kap. Het Mariabeeld wordt ook genoemd de Friese Lieve Vrouw. In 1495 verhuizen de Benedictijner monniken van Stavoren naar Hemelum. Dit dorp ligt aan de rand van de landstreek of gouw Sevenwouden. Het Mariabeeld verhuist mee en krijgt een centrale plaats in het klooster. Er wordt verteld dat het beeld nadien naar Bolsward is gegaan, maar onderzoek wijst uit dat dit niet klopt. In 1270 komen de Franciscanen van Hemelum naar Bolsward en stichten er een klooster. Ook hier staat een Mariabeeld. Dit klooster krijgt ook veel mensen op bezoek die het beeld willen groeten. Bolsward ligt centraler dan Hemelum en daardoor groeit deze plaats als centrum in de regio. De eretitel Friese Lieve Vrouw wordt overgedragen van Hemelum naar het beeld in Bolsward en dit met inbegrip van de toevoeging “Sevenwouden”.

In de 14e eeuw is aan de beeltenis van Onze-Lieve-Vrouw van Sevenwouden de titel Onze-Lieve-Vrouw van Friesland verbonden geraakt. Het benadrukken van de Friese identiteit heeft hieraan bijgedragen. In Bolsward is de eerste kapel voor Maria van Sevenwouden een houten kastje aan een muur. Later is er een overdekte kapel over een van de grachten gebouwd en is daarin het beeldje geplaatst. Deze kapel is eerst van hout en jaren nadien van steen gemaakt.

Het Mariabeeld heeft een Byzantijnse oorsprong. De uitbeelding is “Sedes Sapientiae” ofwel “Zetel der Wijsheid”. De Byzantijnse kunst heeft in het Midden-Oosten vaak een dergelijke uiting van Maria laten zien en dit al in de 5e eeuw. Maria heeft een gouden scepter in de hand. De kleine Jezus zit op haar linkerknie. Hij heeft een wereldbol in de rechterhand. Gouden kroontjes sieren de hoofden van Maria en Jezus. Het beeld rust op een zilveren troon, die op een zilveren voetstuk staat. Het beeld is ongeveer 55 centimeter hoog en 24 centimeter breed. Het kunstwerk is gemaakt van zwaar eikenhout. Eens was het beeld beschilderd, maar is later blank gemaakt. De beeltenis is gemaakt in het Duitse Westfalen en dateert uit de 13e eeuw.

In 1515 is het Mariabeeld op wonderbaarlijke wijze aan een vernietiging ontkomen. Een legergespuis met Saskische huurlingen, de Bende van de Zwarte Hoop, overrompelt Bolsward. De stad wordt geplunderd, in brand gestoken en vernield. De kapel van Onze-Live-Vrouw van Sevenwouden wordt in vuur en vlam gezet. De kapel van het Mariabeeld staat op een brug over een gracht. Het bijzondere beeld komt in de gracht terecht en wat later wordt het rechtstandig drijvend in de gracht teruggevonden. Na de ramp wordt voor het Mariabeeld een nieuwe kapel gebouwd. Dit wordt de Kapel der Mirakelen.

Door de Reformatie wordt ook Bolsward getroffen door de vernielingen van de Beeldenstorm. In 1580 dringen protestants gezinde soldaten de stad binnenin zij vernielen beelden van heiligen. De beeltenis van Onze-Lieve-Vrouw van Sevenwouden willen de indringers op de brandstapel gooien, maar het Mariabeeld vinden zij niet. Het beeld wordt vermist! Iets later wordt het beeld van Maria door een schipper in de stadsgracht gevonden. Vervolgens wordt het bekende beeld in veiligheid gebracht, omdat de protestantse overheersers de katholieke godsdienst verbieden. In 1776 vertrekken de paters uit Bolsward en komt de katholieke kerk onder het gezag van seculieren; niet-geestelijken. Uit veiligheidsoverwegingen wordt het beeld ondergebracht bij de Minderbroeders.

Aan Maria van Sevenwouden worden wonderbaarlijke genezingen toegeschreven. Deze wonderen Stan genoteerd in het Mirakelboek. Waarschijnlijk stamt het originele exemplaar uit de 16e eeuw. In dit boek staan wonderlijke gebedsverhoringen opgetekend, die in enkele eeuwen hebben plaatsgevonden. Het oudst bekende wonder dateert van 15 mei 1515. Voor de in het Mirakelboek opgenomen wonderbare genezingen hebben artsen en specialisten geen verklaringen. Het zijn gebeurtenissen, die aan goddelijke machten worden toegeschreven. Het exemplaar van het Mirakelboek dat in Bolsward aanwezig is, dateert uit 1890. Het is een kopie, want het is overgeschrevenvan een manuscript uit 653 van Hans Hansens Bruinsma (1586-1667). De wonderverhalen uit het Mirakelboek `zijn vanuit overtuiging opgetekend. De mirakels doen zich onder meer voor bij barensnood, dood, breuken, verdrinking en scheepsrampen. In het begin van de 20e eeuw leeft de Mariadevotie op en in 1926 doen zich opnieuw wonderen voor. De vele wonderen hebben de aantrekkingskracht van het beeld te Bolsward enorm versterkt.

Op 15 augustus 1944 preekt pastoor Mamertus Staal (1892-1969) in de Sint-Franciscuskerk om tot een kapel voor het Mariabeeld te komen, als de stad blijft gespaard van groot oorlogsgeweld. Later blijkt dit financieel niet haalbaar te zijn. Sinds de Reformatie is er in 1945 voor het eerst weer een ommegang buiten de kerk gehouden. Het is pastoor Mamertus Staal, die hiertoe het initiatief heeft genomen.

Sinds 1934 zetelt Maria van Sevenwouden in de Sint-Franciscuskerk. Het beeld staat in een nis, achterin het godshuis. In 1970 is er van de nis een kapel gemaakt, welke in 1997 grondig is opgeknapt. Maria heeft een ereplaats in de kerk gekregen.

In 1990 is een kopie van het Mariabeeld gemaakt door de Bulgaarse beeldhouwer Wladimir Zlatkov (1947). In dat jaar is de replica aangeboden aan Paus Johannes-Paulus II te Rome. De Paus heeft het Mariabeeld doorgegeven aan het bestuur van het Willibrordcentrum te Rome. Hierdoor komt het beeld van Maria van Sevenwouden in 1992 in de kerk van Sint-Michael en Sint-Magnus, ook wel Friezenkerk genoemd, die vlakbij het Sint-Pietersplein staat.

In 2017 heeft Paus Franciscus de Sint-Franciscuskerk verheven tot basiliek.

Wordt vervolgd …….

HANDEL

GESCHIEDENIS

Handel is het oudste Mariabedevaartsoord in Brabant. De verering van Onze-Lieve-Vrouw begint rond het jaar 1220. Door een herder wordt een beeld van Maria aan een meidoorn gevonden. Het beeldje dateert uit de 13e eeuw. Sindsdien zijn er wonderbaarlijke genezingen en gebedsverhoringen in Handel. Al eeuwen is Onze-Lieve-Vrouw van Handel weergegeven door een miraculeus beeldje. In een charter uit 1368 wordt van de Mariaverering gesproken. In een oorkonde van 1391 wordt voor het eerst melding gemaakt van een kapel.

Een legende vertelt dat het Mariabeeld op de heide is gevonden. Dit is de plaats waar nu de kapel staat. Een andere legende verhaalt over het vinden van het beeldje op enige minuten wandelen van de huidige kapel. De trekdieren die de bouwmaterialen vervoeren, stoppen niet op de plaats van de kapel. Zij houden iets verder halt, waar nu de Ossenkapel staat, aan de weg van Handel naar Gemert.

In het begin van de 15e eeuw is Handel beroemd en trekt de plaats veel pelgrims, die het Mariabeeld vereren. Vooral in de meimaand komen er duizenden pelgrims naar Handel. Zij zoeken troost en wat houvast voor het leven.

Handel, kerk OLV ten Hemelopneming.

De kapel kent een lange historie. De oudste delen van de kapel dateren uit de 14e eeuw. Echter, daar is nu niets meer van te zien. In die tijd wordt gesproken van een Lieve-Vrouwekapel. Halverwege de 15e eeuw wordt de kapel door de Orde der Duitse Ridders verheven tot een zelfstandig rectoraat. Dit rectoraat behoort tot de parochie van Gemert. Een priester van deze orde is verbonden aan de kapel. Tientallen jaren lang wordt de bediening van de kapel waargenomen door een priester, die er tweemaal per week de mis opdraagt. Deze priester is lid van de Orde der Duitse Ridders. Hij is benoemd door de landcommandeur van “Alde-Biezen”, waaronder Gemert en Handel ressorteren. Van 1585 tot in 1600 zijn er heel onrustige jaren door diefstal, oorlog, plundering, strijd en vernieling.

De Staten van Holland bezetten Handel. De Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) beperkt op drastische wijze de katholieke geloofsvrijheid en de kapel is tot 1662 gesloten. In 1649 wordt de Handelse kapel geplunderd en beroofd van haar klokken. Bedevaarten naar Handel worden niet meer georganiseerd. Na de Staatse overheersing wordt de devotie tot Onze-Lieve-Vrouw van Handel hersteld.

Handel, kerk OLV ten Hemelopneming.

Van de bron wordt al in 1594 melding gemaakt. Omtrent het ontstaan van de bron is er een legende. Tijdens de bouw van de kapel raakt de watervoorraad langzaam op. Echter, ineens ontstaat een bron in de zandige bodem. De bron is door tussenkomst van Maria spontaan water gaan geven. Er wordt een putje aangelegd en dit krijgt de benaming van “heilig putje”. Dit putje geeft tot de dag van vandaag water. De bron ligt precies op de plaats waar er een breuk in de aardkorst is en deze heet Storing van Handel-West. Hierdoor komt het water naar de oppervlakte. Deze bron is, na de kerk, de oudste bijzonderheid van het bedevaartsoord. In 1920, ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van het genadebeeld, wordt het “heilig putje” geheel vernieuwd. Het bouwwerk van de bron krijgt de naam “Bad van Betsaïda”, dat is een plaats aan het meer van Galilea in Israël.

In Handel hebben zich vele wonderen voorgedaan. De wonderen en de verleende, buitengewone gunsten vormen de aanleiding een kapel voor het Mariabeeldje te bouwen. In de beginperiode hebben drie wonderen een grote, positieve invloed op de verering van Onze-Lieve-Vrouw van Handel. Het betreft de mirakels van 1603, 1610 en 1626. Daarnaast heeft Maria aan veel gebeden gehoor gegeven. In 1603 lijdt een jongetje aan een gesloten mond en het kind kan al vijf weken niet eten. Artsen zien geen mogelijkheden tot verbetering en de dood zal spoedig intreden. Een tante van het jongetje geeft aan Onze-Lieve-Vrouw van Handel linnen, was, zilver en goud in gewicht gelijk aan dat van het kind. Het jongetje geneest dezelfde dag. In 1610 is een zus van het jongetje plots genezen van een voetverlamming en ook dit door tussenkomst van Maria. Deze jonge vrouw kent weer tegenslag en in 1626 lijdt zij aan hevige pijnen aan de rechterhand. Zij doet de belofte om op bedevaart naar Handel te gaan en meteen is de hand genezen. Andere wonderen te Handel zijn onder meer:
– een jongen geneest na drie jaar ziek te bed te zijn,
– iemand is jarenlang blind en krijgt in Handel het zicht terug,
– een kind heeft breuken en stuiptrekkingen en het geneest in Handel.
Verder zijn er andere gebedsverhoringen, die tot wonderbaarlijke genezingen leiden, zoals het terugkrijgen van spraak, het verdwijnen van een keelziekte, het helen van breuken, het weer kunnen gaan na jaren kreupel te zijn, een beenverlamming die verdwijnt, wonden die worden genezen en pijnen welke wegtrekken. De wonderbaarlijke genezingen worden vastgelegd. Dit niet alleen met het oog op de geschiedenis van Handel, maar ook om de nodige publiciteit te genereren.

Processiepark in Handel.

Bijzonder in Handel is ook de “Kèskesdijk” van Gemert naar Handel en deze wordt al in 1696 beschreven. Ter ere van de Zeven Smarten van Maria zijn veldkapelletjes geplaatst. Veel bedevaarten betrekken ook de “Kèskesdijk” in het programma. De zeven kapelletjes tonen beeldengroepen op de Handelseweg. De huidige kapelletjes zijn gerealiseerd in de periode 1888-1891. Dit zijn kastjes, ofwel “kèskes” in het plaatselijk dialect. Ook de Ossenkapel, gebouwd in de periode 1888-1891, ligt op deze route.

In 1709 is er een fatale brand en deze maakt van de kapel een ruïne.

De devotie tot Onze-Lieve-Vrouw van Handel bereikt een hoogtepunt rond 1730.

Handel, voorgevel kerk OLV ten Hemelopneming

De huidige kerk Onze-Lieve-Vrouw ten Hemelopneming, waarin de kapel met het genadebeeld staat, is gebouwd in 1747.

In 1854 wordt in de kapel ingebroken. Er wordt veel geroofd, namelijk het miraculeuze beeldje en alle gouden en zilveren sieraden. Ook de scepter van Maria wordt gestolen.

De tweede helft van de 19e eeuw is door de vele bedevaarten een nieuwe, grote bloeiperiode van Handel.

Handel, kerk OLV ten Hemelopneming.

In de periode 1883-1916 wordt de kapel verbouwd en vergroot. Er komen twee zijbeuken, een grote toren en een nieuw priesterkoor. Bovendien worden de kapelletje langs de weg van Gemert naar Handel vernieuwd. Het processiepark, dat achter de kerk ligt, wordt gerealiseerd, evenals de rozenkranskapelletjes en het rustaltaar. In 1896 wordt de vernieuwde kapel ingezegend door Gerardus Stevens (1849-1911), de overste van het kapucijnenklooster te Handel. Dit gebeurt na de ontvangen machtiging van Wilhelmus van de Ven (1834-1919), bisschop van ‘s-Hertogenbosch. In 1902 wordt het Lieve-Vrouwebeeldje gerestaureerd en verguld. Johannes van de Laarschot (1838-1916), rector van de kapel van 1883 tot in 1916 heeft veel initiatieven genomen om de positie van de bedevaartplaats Handel te verbeteren.

In 1920, het jaar van het 700-jarig bestaan van het bedevaartsoord Handel, wordt het altaar voor het genadebeeld gemaakt. In dat jaar wordt het processiepark verrijkt met 14 kruiswegstaties. De beeldengroep “Christus in de Olijfhof” wordt in het park geplaatst en ook wordt het monument “De Bruiloft van Kana” verwezenlijkt. In het jubileumjaar wordt het miraculeuze beeld gekroond.

Het rectoraat wordt opgeheven in 1946 en Handel wordt een zelfstandige parochie. Het miraculeuze beeld wordt verplaatst naar de zijkapel. In het jaar 1947 komt in het processiepark een openluchtaltaar. Dit als dank aan Maria voor haar bescherming van Handel gedurende de Tweede Wereldoorlog (1940-1945).

Handel, kerk OLV ten Hemelopneming.

In 1948 krijgt het genadebeeld een nieuwe scepter, nadat deze in 1854 is gestolen. Het Mariabeeld is uit lindehout gesneden en heeft een hoogte van 35 centimeter. Maria staat en heeft haar Kindje op de linkerarm. Het miraculeus beeld is gepolychromeerd.

De zuidelijke zijbeuk wordt uitgebreid in 1956. De architect is Martinus van Beek (1896-1962) uit Eindhoven.

Als gevolg van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) is er een versobering binnen de kerk en de liturgie. Dit draagt bij tot de sterke teruggang van de bedevaarten naar Handel.

Het jubileum van 800 jaar bedevaartsoord Handel kan in 2020 niet of nauwelijks worden gevierd en dit door de wereldwijde pandemie van het coronavirus.

BEDEVAARTSOORD

Onze-Lieve-Vrouw van Handel wordt aanbeden als “De Troosteres van de bedroefden” en “De Toevlucht van de zondaren”. Bijzonder om in Handel te bezoeken zijn vooral de Mariakapel en het processiepark. In de kerk neemt het genadebeeld een opvallende plaats in. Dit beeld staat in de Mariakapel. Blikvangers in de kerk zijn verder de kruisweg, enige schilderijen, beelden, preekstoel, piëta en gebrandschilderde ramen.

Handel, kerk OLV ten Hemelopneming.

In het processiepark staan onder meer de bron, calvariegroep, kruisweg, openluchtaltaar, muziekkiosk, oude en nieuwe kerkhof en de rozenkransweg. Groots van opzet is het monument de Bruiloft van Kana, dat aan het begin van het processiepark staat. Het meet maar liefst zes bij ruim twee meter. Dit monument is van 1920; de viering van 700 jaar bedevaart in Handel.

Processiepark in Handel.

Op de weg van Gemert naar Handel staan kapelletjes. Deze vormen de “Kèskesdijk” met de Zeven Smarten van Maria. Ook staat aan deze weg de Ossenkapel uit 1891.

BEREIKBAARHEID

Het bedevaartsoord Handel ligt in het oosten van de provincie Noord-Brabant op zo’n 25 kilometer ten oosten van Eindhoven en ‘s-Hertogenbosch. Vanuit Gemert en Boekel is het enkele kilometers verder gaan om in Handel aan te komen.

Het oudste Mariabedevaartsoord in Noord-Brabant ligt aan de OL Vrouwestraat 61 te Handel.

BELEVING

Mijn belangstelling gaat in eerste instantie uit naar de Mariakapel, welke gebedsruimte is gelegen in de zijkapel van de kerk. In deze mooie Mariakapel zie ik de troon van de Moeder Gods op een marmeren zuil staan. Het genadebeeld vind ik zo bijzonder schoon om te zien en erbij te bidden. Het is een staande Madonna met op de linkerarm haar Zoontje. In de rechterhand houdt Maria een scepter vast. Zowel Moeder, als Kind zijn gekroond. Het beeld is uit lindehout gesneden. Ik verneem dat het eerste beeld in Handel dateert uit de 13e eeuw. Immers, in 1220, nu 800 jaar geleden, is erg al sprake van verering van Onze-Lieve-Vrouw in Handel. In 1914 is het genadebeeld gerestaureerd en verguld.

Handel, Mariabeeld in kerk OLV ten Hemelopneming.

In de Mariakapel maken wandversieringen veel indruk op mij. De Roermondse glazenier Max Weiss (1910-1972) heeft hier in 1954 bijzonder mooi werk geleverd. Ik zie Maria, engelen en Sint-Jan. De gebrandschilderde ramen uit 1950 zijn ook van de hand van Max Weiss. De verering van Maria, miraculeuze genezingen en het ontspringen van de bron zijn op magnifieke wijze weergegeven.

Processiepark in Handel.

De kerk vind ik een juweel met Mariakapel en nog veel meer. Ik bekijk het mooie interieur en verneem dat de inventaris voor het merendeel dateert uit de 19e eeuw. Heel wat votiefschilderijen als dank voor genezingen doen me denken aan de lange geschiedenis van dit bedevaartsoord. Ik zie nog veel meer, zoals kruisweg, koorzolder, beelden van Maria, Jozef en Christus en de piëta uit de 17e eeuw. De bijzonder fraaie preekstoel uit 1903 toont afbeeldingen van de blijde boodschap aan Maria, de Visitatie en de Kroning van Maria.

Een groot schilderij “Maria Tenhemelopneming” gaat in restauratie. Het doek is 330 centimeter hoog en 237 centimeter breed. Wat een groot kunstwerk! Maria is er omgeven door engelen. Apostelen en vrouwen bevinden zich rondom het open graf. Dit kunstwerk is afkomstig uit het oude hoofdaltaar. Wat een schilderij! Dit wil ik nog eens terugzien als het is gerestaureerd.

Handel, kerk OLV ten Hemelopneming.

Het hoofdaltaar heeft een neogotische stijl en is in 1898 vervaardigd door Atelier Lenaerts uit Roermond. Op het tabernakel worden weergegeven de geboorte van Jezus en de bruiloft van Kana.

In de koorafsluiting zie ik drie gebrandschilderde ramen uit 1898-1899. Deze zijn vervaardigd door kunstatelier Nicolas uit Roermond. Links zie ik Dominicus de Guzmán/van Osma (1170-1221), de stichter van de Orde der Dominicanen, van Maria de rozenkrans ontvangen. Rechts is Simon Stock (1165-1265) afgebeeld; hij is de overste van de karmelieten. In 1251 krijgt hij het bruine scapulier overhandigd van Onze-Lieve-Vrouw van de berg Karmel. Dit visioen gebeurt in het Engelse Cambridge. Hierdoor wordt het bruine schouderkleed een vast onderdeel van de kleding van de karmelieten. Het middelste raam toont de Maria Tenhemelopneming en de kroning van Maria.

Processiepark in Handel.
Processiepark in Handel.
Processiepark in Handel.

De rondgang in het processiepark is voor mij een ware belevenis. Ik kom langs kapelletjes en kruiswegstaties. Op mijn wandeling zie ik onder meer de Heilige Put, het rustaltaar, de Calvarieberg, de Benedictiekapel en de bruiloft van Kana. In 2001 is het park tot rijksmonument verklaard.

Wat is dit bedevaartsoord een geschenk om te mogen bezoeken.

Geplaatst 19 juli 2020

~~~

HEILOO

GESCHIEDENIS

De historie van het ontstaan van het bedevaartsoord te Heiloo gaat eeuwen terug. De geschiedenis vertelt …

De Runxput, de bron, speelt een belangrijke rol in het ontstaan van het Heiligdom. De put wordt voor het eerst genoemd in een Latijnse tekst uit de 11e eeuw. De vermelding is “puteus Rorikespit dictus”. Dit wil zeggen “de bron genaamd Roriksput”. De herkomst van deze benaming kan van Vikinghoofdman Rorik komen, die in de 9e eeuw heeft geleefd.

In de 14e eeuw vindt een boer nabij de Runxput een Mariabeeld en neemt dit mee naar huis. Echter, op onverklaarbare wijze gaat het beeld terug naar de plek op het land.
In dezelfde tijd, tijdens een storm, raakt een schip in nood. Dit gebeurt voor de Noordzeekust, vlakbij Heiloo. De hulpeloze schipper begint te bidden. In volle storm hoort hij de heldere stem van een vrouw. Zij zegt: “Als ge mij gaat eren zal de wind gaan keren”. De schipper is ervan overtuigd, dat deze stem van Maria is. Hij belooft Haar zich in te zetten voor haar verering. Daarna gaat de stormachtige wind liggen en de zeeman komt veilig aan land. De verhalen van het Mariabeeld en de stem van Maria vormen samen de aanleiding een kapel te bouwen. Tijdens de Reformatie wordt de kapel vernietigd en de nabij gelegen Runxput met puin van de kapel gedempt.

Wat jaren later, in 1713, heerst er een veepest. In de nacht van 8 op 9 december vindt een wonder plaats. Vanonder het puin in de put welt er water op. Dieren drinken van dit water en overleven daardoor de veepest. Mensen gaan ook van het water drinken en het miraculeuze vocht geneest zieken. Later raakt de bron in de vergetelheid.

Dan breekt het jaar 1905 aan en de gedempte put wordt andermaal ontdekt. Verhalen van vele jaren terug worden opgehaald. De put wordt schoongemaakt en al het puin wordt eruit gehaald. In 1930 wordt de Genadekapel gebouwd. De bedevaartplaats krijgt gestalte …

BEDEVAARTSOORD

Onze-Lieve-Vrouw ter Nood te Heiloo is de grootste Mariale bedevaartplaats in Nederland. In het Heiligdom is de Missie Congregatie van de Dienaressen van de Heer en van de Maagd van Matará werkzaam. De zusters vertonen zich met een grijs kleed, blauw scapulier of schouderkleed, blauwe sluier, het kruis van het Zuid-Amerikaanse Matará om en een trouwring aan.

De centrale plek in het Heiligdom is de Genadekapel, welke is omgeven door een zuilengalerij met een houten overkapping. De kapel is rijk beschilderd met fresco’s, welke fasen uit het leven van Maria weergeven. Het beeld van Onze-Lieve-Vrouw ter Nood staat in de kapel op een opvallende plaats. In de huidige beeltenis is in het voetstuk een deeltje van de rots van de Grot van Lourdes ingemetseld. De Genadekapel is in 1985 gerestaureerd. In de voorhof van de Genadekapel bevindt zich de Runxput met heilzaam water. De put wordt genoemd “het putje van Heiloo”.

Het Heiligdom kent buiten de Genadekapel en de put ook een grotere kapel, namelijk de Bedevaartkapel. Verder is er een bijzonder fraai park aangelegd en is de Kruisweg door het gehele park verspreid.

Het Heiligdom te Heiloo kent ook een Gastenhuis. Een plek om tot rust te komen of er met een retraite mee te doen. Daarnaast is er een Conferentiecentrum voor bijeenkomsten van kleine en grote groepen.

De feestdagen van Maria worden in het Heiligdom van Heiloo gevierd. Ook zijn er kapeldagen, dagen voor priesterroepingen en worden cursussen verzorgd.

BEREIKBAARHEID

Het Heiligdom te Heiloo ligt in de provincie Noord-Holland. Op de snelweg A9, tussen Haarlem en Alkmaar, is het de afslag Castricum nemen en vervolgens de richting Heiloo volgen.

Adres:
Heiligdom Onze-Lieve-Vrouw ter Nood,
Kapellaan 9,
NL-1851 PE Heiloo.

Het Gastenhuis heeft als adres:
Hoogeweg 65
NL-1851 PJ Heiloo.

Webstek: www.olvternood.nl en hierop is veel informatie beschikbaar.

BELEVING

Ik sta voor de Genadekapel in het drukst bezochte Mariaheiligdom van Nederland. Hier is het begonnen met het houten Mariabeeldje, maar wel meer dan 600 jaren terug in de tijd. De kapel nodigt mij uit te komen en ik ga naar binnen. Wat is dit een mooie ruimte! Wat een bijzondere muurschilderingen en wat een prachtig Mariabeeld! Wat later steek ik een kaarsje aan en raak in gebed.

Een uurtje later sta ik bij de Runxput, welke in 1713 de naam Mariaput ontvangt. Het water van de put is heel helend; dieren en mensen zijn genezen door het drinken ervan. Ook ik neem wat water uit de diepe put.

Vervolgens ga ik naar de Bedevaartkapel. Hier worden regelmatig vieringen gehouden en bij ongunstig weer is het in deze ruimte de Kruisweg volgen. De grote Kruisweg is buiten en begint bij het plein voor de Bedevaartkapel. Ook hier start de Kruisweg voor mij en ik ga bij alle staties langs. Op deze wijze bezoek ik het gehele, keurig onderhouden park. Het voelt hier als het paradijs op aarde.

Tot besluit breng ik een bezoek aan het Oesdom om er wat te drinken. Devotionalia en religieuze boeken liggen er ook. Ik maak een keuze om wat voor vrienden mee te nemen. Wat is het een mooie dag om hier te mogen komen.

Geplaatst 8 september 2019

~~~

ROERMOND

GESCHIEDENIS

Het beeldje van Onze-Lieve-Vrouw in ‘t Zand kent een lange historie. Een legende vertelt over een herder, die een Mariabeeld in een put heeft gevonden. Het is dan 1435. Deze put lag buiten de stadsmuren en wel “in gen Saende”. De herder is een jonge, Poolse edelman, met de naam Wendelinus. Hij heeft zijn vaderland verlaten om in stille afzondering God te dienen. Uiteindelijk komt hij in de omgeving van Roermond en vindt er werk als schaapsherder. Met zijn kudde komt hij vaak bij de zandheuvel, waar de heide begint. Daar bevindt zich een waterput. Met een emmer haalt hij water uit de put en ineens ziet hij een Mariabeeld in de emmer liggen. Vervolgens bevestigt de herder het beeldje aan een boom. Het beeldje trekt belangstellenden en heel wat mensen komen bidden bij het beeldje aan de boom. De pastoor van Roermond laat het beeldje naar de kerk brengen, want extra bezoekers voor het beeldje in zijn kerk wordt zeer op prijs gesteld. Echter, de volgende dag is het beeldje niet meer in de kerk, maar terug aan de boom, nabij de waterput. Dit wordt als het teken gezien, dat Maria bij deze boom wil worden vereerd.

In 1418, dit is vóór het vinden van het Mariabeeld, geeft het stadsbestuur opdracht tot de bouw van een eenvoudige Mariakapel op een wat hoger gelegen gebied, namelijk op een zandheuvel, aan de rand van de heide. Het wordt een buurtkapel, aan de rivier de Roer. Hierdoor hoeven de omwonenden niet meer de grote afstand naar het centrum van Roermond af te leggen om daar naar de kerk te gaan. Deze kapel wordt dus gebouwd, zonder dat er sprake is van een bijzonder beeld. Om de weg naar de kapel begaanbaar te maken is de Kapellerlaan aangelegd.

Tijdens de 80-jarige oorlog (1568-1648) wordt in 1578 de kapel afgebroken. De Spanjaarden vinden dat de Staatse militairen van Willem van Oranje zich er dan niet meer kunnen verschansen. Dit gebeurt tijdens het Beleg van Roermond (1577-1578).

In 1607 komt er weer een kapel op de zandheuvel. Het aantal gelovigen neemt toe en het gebouw wordt snel te klein. In 1610 verrijst een grotere kapel en dit op initiatief van Petrus Pollius, die de Roermondse vicaris-generaal is van 1609 tot 1611. Hij legt ook de eerste steen. De kapel is in 1613 voltooid. De devotie voor Onze-Lieve-Vrouw in ‘t Zand neemt nog meer toe en hierdoor wordt de kapel vergroot in 1684 en nogmaals in 1689.

In 1797, tijdens de Franse overheersing, wordt de kapel gesloten. Vijf jaar later, in 1802, wordt de Mariakapel heropend.

Roermond, Kapel Onze-Lieve-Vrouw van ‘t Zand

In 1862 besluit Monseigneur Joannes Paredis (1795-1886), de bisschop van Roermond, de kapel toe te vertrouwen aan de Paters Redemptoristen. Dit is een grote stimulans voor het godshuis, omdat deze paters een sterke devotie voor Maria hebben. Later gaat het eigendom van de kapel over naar het parochiebestuur. In 1866 wordt het huidige Mariabeeldje, dat rond 1500 is gemaakt door een houtsnijdersgilde uit Mechelen, gerestaureerd en van polychromie ontdaan. Hierdoor worden de bonte kleuren van het beeldje verwijderd. In dat jaar wordt ook de kapel verbouwd, vergroot en verbeterd. Er komt een processiegang tussen kapel en klooster. In 1877 is de beeltenis van Maria en de kleine Jezus gekroond door de Roermondse bisschop Joannes Paredis (1795-1886). Dit gebeurt met twee gouden kroontjes, bezet met parels en diamanten. De kroning zorgt voor de nodige publiciteit en daardoor neemt het aantal bedevaartgangers nog verder toe. De kapel wordt weer te klein om de zeer talrijke pelgrims te kunnen ontvangen. Er komt een nieuwe kapel …

De eerste steen van de huidige Kapel van Onze-Lieve-Vrouw in ‘t Zand wordt gelegd in 1895. Dit gebeurt door de bisschop van Roermond; Franciscus Boermans (1815-1900). De initiatiefnemer en stimulator van de nieuwe kapel is Pater J. Lohmeijer (1855-1917). De bouw van de kapel is ontworpen door architect Johan Kayser (1842-1917); een leerling van Pierre Cuypers (1827-1921). Deze kapel is vrijwel geheel in neogotische stijl opgetrokken. In 1896 wordt de kapel ingezegend.

In 1921 treft een zware najaarsstorm de kapeltoren en deze moet worden afgebroken. Drie jaar later is de kapel weer een toren rijk. Dit is de huidige toren, die ontworpen is door de Roermondse architect Caspar Franssen (1860-1932); ook een leerling van Pierre Cuypers.

In 1940 brengt een novemberstorm weer schade aan de kapel toe. In dat jaar wordt de kapel verkocht door het kerkbestuur van Sint-Christoffel aan de Redemptoristen; de orde van de Allerheiligste Verlosser (Redemptor).

Roermond, Kapel Onze-Lieve-Vrouw van ‘t Zand

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) loopt de kapel oorlogsschade op. Dit gebeurt in januari 1945, vlak vóór de bevrijding van Roermond. Het dak wordt door Duitse granaten vernield en ook het interieur van de kapel wordt vernietigd door het oorlogsgeweld. In 1947 is de kapel hersteld.

Roermond, Kapel Onze-Lieve-Vrouw van ‘t Zand.

In 1954 is de Mariatroon gemaakt door de Gebroeders Brom uit Utrecht. Hierin staat het miraculeuze Mariabeeldje.

In 1987/1988 wordt de kapel gerestaureerd en geïnnoveerd. Helaas richt in 1990 een storm weer schade aan. In 1992 lijdt de kapel opnieuw schade en de oorzaak is nu een nachtelijke aardbeving. Het restauratie werk wordt uitgevoerd door de firma Schoonekamp uit Amsterdam en is in 1994 klaar.

BEDEVAARTSOORD

In de Kapel Onze-Lieve-Vrouw in ‘t Zand is de triomfboog opvallend én indrukwekkend. Deze boog is 1904/1905 geschilderd door Albin Windhausen (1863-1946) naar schetsen van de befaamde, Roermondse architect Pierre Cuypers (1827-1921) en Pater Jan Kronenburg (1853-1940), rector van de Kapel Onze-Lieve-Vrouw in ‘t Zand.

De kapel laat beeldhouw- en houtsnijwerken zien van kunstenaars, als Jos Thissen (1840-1920) en Hermanus te Riele (1842-1922), die in 1897 het triomfkruis en preekstoel heeft gemaakt. De kruiswegstaties zijn geschilderd op koper en zijn het werk van de Duitse schilder Albin Windhausen (1863-1946).

De grote, gebrandschilderde ramen uit 1896, 1897, 1904 en 1990-1992 zijn ontworpen en gemaakt door onder meer Frans Nicolas (1855-1939), Eugène Laudy (1921-1995) en Atelier Flos uit Steyl. Het altaar van Sint-Jozef getuigt van mooi houtsnijwerk. Het is in 1898 gemaakt door Jos Thissen (1840-1920).

Roermond, Kapel Onze-Lieve-Vrouw van ‘t Zand, bron.

Het beeldje van Onze-Lieve-Vrouw in ‘t Zand staat in het kapelletje van de kapel. Maria is omgeven door een stralenkrans met 13 lichtjes. Deze 35 centimeter hoge beeltenis is bekend geworden door gebedsverhoringen. Het is dan ook een wonderdadig beeld. Al eeuwen gaan mensen naar de kapel om te bidden bij Maria en hun dankbaarheid aan Haar te uiten. Dit bewijzen de meer dan 7.000 devotietegels aan de wanden van de processiegang tussen de kapel en het voormalige kloostergebouw. Met de tegeltjes aanbrengen is begonnen in 1927.

Het kapelletje in de grote kapel dateert uit 1878. Naast het beeldje ligt de put, waaruit ooit het beeldje is opgehaald. De achterwand laat een mozaïek zien met de kroning van Maria in de hemel. Dit mozaïek is in 1879 gemaakt door Luigi Solerti uit Innsbruck.

Roermond, Kapel Onze-Lieve-Vrouw van ‘t Zand, genadebeeld.

In de processiegang is ook een ruimte waar devotionalia te kop zijn. Boven de kranen in de processiegang is een schildering van Onze-Lieve-Vrouw in ‘t Zand. Maria is er omringd door een tegeltablet waarop taferelen zijn verwerkt uit de geschiedenis van de kapel en het beeld. Bij de buitendeur van de processiegang, aan de zijde van de Parklaan, zijn stenen ingemetseld, welke verwijzen naar het verleden van de kapel. Deze processiegang is dagelijks geopend.

Bij de kapel, aan de Parklaan, ligt een Kruiswegpark, dat in de periode 1910-1920 is aangelegd. Een plan van Pierre Cuypers (1827-1921) ligt hieraan ten grondslag.

BEREIKBAARHEID

Roermond ligt in het midden van de provincie Limburg, nabij de autoweg Eindhoven-Maastricht. De Kapel van Onze-Lieve-Vrouw in ‘t Zand ligt buiten het centrum van de stad en wel aan de Kapellerlaan en Parklaan.

Op de webstek www.kapelinhetzand.nl is de nodige informatie te vinden.

BELEVING

De Roermondse Kapel in ‘t Zand is voor mij een bedevaartplaats om graag te verblijven. De geschiedenis van de kapel vertelt veel, in de kapel is heel wat te zien en er heerst een innemende sfeer om er te zijn, te bidden en te denken.

Roermond, Kapel Onze-Lieve-Vrouw van ‘t Zand

De kapel heeft mooie, gebrandschilderde ramen, een indrukwekkende triomfboog en nog veel meer om te laten bewonderen. Wat mij het meest treft, is het genadebeeld. Hiernaar kan ik lang kijken. Ik zie de stralenkrans en tel 13 lichtjes.

Vlakbij het beeld ligt de put, waaruit de beeltenis van Maria is opgehaald. Tegen de wand is een groot mozaïek aangebracht, waarop de kroning van Maria in de hemel is uitgebeeld.

In de processiegang raak ik onder de indruk van de duizenden votieftegels. Ik verneem dat er ruim zevenduizend tegeltjes aan de muren zijn bevestigd. Wat zijn dit vele uitingen van pelgrims om hun dank aan Maria te tonen.

Roermond, Kapel van Onze-Lieve-Vrouw van ‘t Zand

In de processiegang zijn de gebrandschilderde ramen zeker het bewonderen waard. Wat wordt hier veel van de geschiedenis van de kapel duidelijk gemaakt. Halverweg de processiegang kom ik bij kranen. Hier is de plaats om water uit de put te halen. Aan dit water kennen bedevaartgangers veel waarde toe. Boven de kranen zie ik een schildering van Onze-Lieve-Vrouw in ‘t Zand. Dit kunstwerk is omringd door een tegeltableau met taferelen van de geschiedenis van dit Nederlandse bedevaartsoord.

Roermond, Kapel Onze-Lieve-Vrouw van ‘t Zand

In de kapel tref ik de tekst aan van het gebed tot Onze-Lieve-Vrouw in ‘t Zand, Hulp van de Christenen. De tekst luidt:


“Onze-Lieve-Vrouw in ‘t Zand,
in Uw goedheid
helpt U allen die naar U toe komen.

Veel mensen hebben U om hulp gevraagd.
Ze hebben U aangeroepen
in tijden van nood en ellende,
toen de stad werd geteisterd door de oorlog,
bedreigd door brand of overstromingen.

In Uw Kapel hebben zij om hulp gevraagd
en zij hebben verhoring gevonden.

Ik vraag U daarom:
wees ook nu
een steun en toeverlaat
voor allen die het nodig hebben.

Maria, bid voor mij.”

Geplaatst 8 augustus 2020

~~~

ZEGGE

GESCHIEDENIS

Na de Sint-Elisabethsvloed in 1421 is een Mariakapel door een schipper opgericht, zo vertelt de legende. Het doorvertelde verhaal zegt, dat het een dankkapel is voor de behouden thuiskomst van deze schipper. De kapel is al genoemd in 1459 en wel als “Capella S. Mariae noviter fundata”.

Later is een nieuwe kapel gebouwd, welke aan Maria Boodschap is toegewijd. Dit is in 1615 beschreven. Er zijn dan jaarlijks vele bedevaarten. Door de Reformatie is de kapel tientallen jaren dicht en is het toenmalige Mariabeeld verdwenen.

In 1810 is de kapel weer voor katholieken beschikbaar en de bedevaarten worden hervat. In 1922 is de kapel vervangen door het huidige gebouw. Het ontwerp is van J. van Groenendael uit Breda en voor de bouw heeft H. Nelissen uit Hoeven gezorgd.

BEDEVAARTSOORD

In de kapel zijn meer dan tien gebrandschilderde ramen aangebracht, welke de “Geheimen van de Rozenkrans” voorstellen. Ook is er een raam met Maria en Jezus te zien. In twee eikenhouten vitrinekasten hangen heel wat ex voto’s. Dit zijn getuigenissen van dank voor genezingen van mensen en dieren.

Op de muren zijn voorstellingen geschilderd, welke op de “Litanie van Loreto” zijn geïnspireerd.

Heel bijzonder is het miraculeus, gepolychromeerd houten Mariabeeld, dat uit de 17e eeuw dateert. Het snijwerk is typerend voor de renaissancetijd.

De kapel is het gehele jaar geopend en trekt ook buiten de druk bezochte meimaand veel bezoekers. In het bisdom Breda is de kapel in Zegge de enige officieel erkende bedevaartplaats.

De kapel en de hier tegenover liggende kerk Heilige Maria Boodschap zijn het bezoeken meer dan waard.

BEREIKBAARHEID

Zegge is een Brabants dorp in de gemeente Rucphen en is gelegen vlakbij de rijksweg A 58, tussen Breda en Roosendaal.

De kapel “Onze Lieve Vrouw van de Zeg” is gelegen aan de Onze Lieve Vrouwestraat, middenin het plaatsje en wel tegenover de parochiekerk Heilige Maria Boodschap.

BELEVING

In de kapel wordt mijn aandacht meteen getrokken door het Mariabeeld. Wat is het een bijzondere weergave van Maria met de kleine Jezus. Maria is opvallend levendig weergegeven en wel in een voorwaarts gaande houding. Zo heb ik Haar nog nooit afgebeeld gezien. Het Mariabeeld staat onder een grote, glazen stolp. Ik heb vernomen dat het beeld in de tweede helft van de 17e eeuw is gemaakt en menig gevaar van vernielers en dieven heeft getrotseerd. Wat is het waardevol dit beeld te mogen aanschouwen.

Ook de bijzonder treffende taferelen op de gebrandschilderde ramen houden langdurig mijn aandacht vast. Ook hier doet de inspiratiebron van de “Litanie van Loreto” van zich spreken.

Ex voto’s hangen er hier volop. De zilveren dankbetuigingen aan Maria zijn niet alleen van genezen mensen, maar ook van verschillende, herstelde dieren. Wat een uitingen van dank.

Vervolgens steek ik enkele kaarsen aan voor een zieke vriend en een goede vriendin. Ik neem plaats in de kapel. Enkele gebeden volgen en ik dank Maria voor deze bijzonder fijne ontmoeting.

Geplaatst 16 maart 2020

~~~

Dutch Dutch English English German German French French Italian Italian Spanish Spanish Polish Polish