Frankrijk

BÉTHARRAM (LESTELLE)

GESCHIEDENIS

Bétharram (Lestelle) is een erg oud gebedsoord van Onze-Lieve-Vrouw. Gedurende eeuwen zijn vele pelgrims naar deze plaats op bezoek gekomen. Er zijn hier heel wat wonderen verricht. Zo heeft de aartsbisschop van Parijs, Monseigneur Marca, in de periode 1620 – 1640 maar liefst 82 wonderen laten registreren. In Bétharram zijn blinden, mindervaliden en zwaar zieken genezen.

De bedevaartkerk van Onze-Lieve-Vrouw te Bétharram is in 1569 door Hugenoten in brand gestoken. Op de plaats van de oude, vernielde kerk wordt een nieuw godshuis gebouwd. Hiervoor is een lange periode van bijna een eeuw nodig, namelijk van 1614 tot 1710.

Maria wordt in Bétharram al vele eeuwen vereerd en wel onder drie benamingen. Achtereenvolgens zijn deze eretitels Onze-Lieve-Vrouw van de Ster, Onze-Lieve-Vrouw van de Kruisberg en Onze-Lieve-Vrouw van Bétharram. De titel Onze-Lieve-Vrouw van de Ster komt door de ontdekking van een Mariabeeld. Jonge herders hebben het beeld in een heg gevonden. Maria is ook aan hen verschenen. Hierbij is het bijzondere, dat het beeld is omgeven door een schitterend licht.
De benaming Onze-Lieve-Vrouw van de Kruisberg is gekomen door een op een berg geplaatst kruis. Dit kruis steekt ver uit boven het Heiligdom van Bétharram. Echter, in september 1616 woedt er een hevige storm en het kruis valt om. Het miraculeuze is, dat het kruis zich op eigen kracht heeft opgericht en daarbij licht uitstraalt. De imponerende kruisweg op de heuvel in Bétharram kent hierin de oorsprong.
De titel Onze-Lieve-Vrouw van Bétharram is ontstaan door een redding van Maria. Een meisje is in de rivier de Gave de Pau gevallen, welke voor het Heiligdom stroomt. Maria heeft de drenkelinge gered door haar een tak aan te reiken. De toegekende naam is dan Onze-Lieve-Vrouw van de tak. In het plaatselijk dialect, het Béarnais, staat het woord tak voor Beth. Arram betekent in de regionale taal rozenkrans. Zo is de naam Onze-Lieve-Vrouw van Bétharram ontstaan.

In 1825 is de jonge priester Michael Garicoïts tot kapelaan in Bétharram benoemd. Hij sticht er de Congregatie van priesters en broeders van het Heilig Hart van Jezus van Bétharram. Deze organisatie wordt ook genoemd de Paters van Bétharram. Door de gestage groei van de congregatie zijn de paters kunnen gaan werken in Afrika, Europa en Latijns-Amerika. Ook zijn de leden van de congregatie actief in het Heilig Land, India en Thailand.
De priester is van groot belang voor het Heiligdom. Hij ontplooit heel wat activiteiten voor de uitbouw van de congregatie en organiseert veel voor kinderen. Ook is hij de vertrouwenspersoon van Bernadette Soubirous, die in 1858 in Lourdes 18 ontmoetingen heeft met Maria. De ondernemende priester is verscheidene keren naar Lourdes op bedevaart gegaan. Michael Garicoïts sterft op 14 mei 1863. Op 7 mei 1947 is hij voor zijn enorme inzet heilig verklaard.

Bernadette Soubirous komt geregeld in Lestelle-Bétharram. In 1858, vlak voor de verschijningen van Maria aan haar, komt zij ook in het Heiligdom. Bernadette dankt Maria voor de ontvangen genaden. Zij koopt in Bétharram de rozenkrans, welke zij bidt bij de Grot te Lourdes. Michael Garicoïts, haar vertrouwensman, gelooft meteen in de verschijningen aan Bernadette.

BEDEVAARTSOORD

In het bedevaartsoord van Bétharram is veel te zien en te bewonderen. In de bedevaartkerk van Onze-Lieve-Vrouw zijn de kronen op de beeltenis van Maria en Jezus een geschenk van paus Pius X. Deze paus zegt veel van Bétharram te houden. In de kerk zijn schilderen geplaatst van Bernard Denis. De kunstwerken stellen onder meer voor “de aanbidding van de herders en de koningen”, “de opdracht in de tempel” en “de vlucht naar Egypte”. Het grote altaarstuk is uit het jaar 1620 en stelt voor “de aanbidding van de herders”. Ook zijn er schilderijen te zien van wonderen uit de 17e eeuw. In de bedevaartkerk is een kapel van de Heilige Michael Garicoïts. In de reliekenkast is het liggende beeld van de Heilige Michael Garicoïts geplaatst. Hierin worden ook relieken van hem bewaard.

De oorspronkelijke kruisweg is van 1616, maar is verwoest in 1793. Tussen 1840 en 1845 heeft Michael Garicoïts de huidige kruisweg laten aanleggen. De nieuwe kruisweg telt 15 staties. De kunstenaar Renoir heeft heel wat reliëfs voor deze kruisweg gemaakt.

Het Heiligdom bezit verscheidene monumenten, welke onder de Monumentenzorg vallen. In Bétharram is ook een museum, waar bijzonderheden zijn te zien, zoals fresco’s, koorlessenaars en een communiesluier van de latere koningin Marie-Antoinette.

Sinds de Mariaverschijningen in Lourdes in het jaar 1858, is de belangstelling voor het Heiligdom Bétharram in Lestelle aanzienlijk afgenomen. Michael Garicoïts zegt dit in het geheel niet erg te vinden, als Maria maar wordt vereerd.

BEREIKBAARHEID

Op slechts 15 kilometers westwaarts van Lourdes ligt Lestelle-Bétharram. Vanaf Lourdes is het de D 937 volgen. Ook is het mogelijk op de autosnelweg de afslag Pau te nemen en dan eerst richting Nay gaan en vervolgens de weg naar Lestelle-Bétharram inrijden.


Adres:
Sanctuaire de Bétharram,
Place Saint-Michel,
F 64800 Lestelle-Bétharram

Webstek: www.betharram.fr en deze geeft de nodige info.

BELEVING

In de bedevaartkerk van Onze-Lieve-Vrouw raak ik onder de indruk van al hetgeen is te zien. Wat is het hier mooi. In de kerk ga ik naar het hoofdaltaar. Ik zie beelden van Maria en haar ouders Anna en Joachim. Ook zijn er afbeeldingen van Elisabeth en Zacharias, de ouders van Johannes de Doper. Langdurig sta ik stil bij het retabel uit 1620, waarop de Mariaverschijning aan herders is uitgebeeld. Ook zes oude schilderijen trekken mijn aandacht. Enkele wonderen van hier zijn erop beeldend weergegeven. Bijzonder mooi vind ik het beeld van “Notre-Dame de Bétharram”, dat in 1845 is gemaakt door Alexander Renoir. Het beeld is van wit marmer en toont Maria en de kleine Jezus, die beiden een gouden kroon dragen.


In de kapel van de Heilige Michael Garicoïts zie ik een grote reliekenkast. Hierin ligt het beeld van de stichter van de congregatie. Ook worden in de glazen kast enige relieken van hem bewaard, maar deze kan ik niet zien; de kast is ook zo hoog geplaatst.

Mijn ogen vallen op het smeedijzeren balkonhek. In dit hek zijn enkele deugden verwerkt, zoals een leeuw voor de sterkte, een mand met fruit voor de naastenliefde en een scheepsanker voor de hoop.

Ik verlaat de kerk en ga naar de kruisweg op de berg en verneem dat de voormalige route met staties in verwoest. Tijdens de Revolutie van 1793 is dit gebeurd. De huidige kruisweg vind ik prachtig en dit zowel voor de ligging als voor de staties. De tegen de berg gelegen 15 meesterlijk gemaakte witte halteplaatsen torenen hoog boven de kerk uit. Wat heeft Renoir zich kunnen uitleven in de door hem gemaakte meesterwerken. In het bijzonder trekt mij het meest de statie van Onze-Lieve-Vrouw van de Kruisberg.

Het bezoek aan dit Heiligdom is voor mij een enorme verrijking. Wat doet het me goed de Mariadevotie hier te mogen beleven.

Geplaatst november 2019


~~~

LA SALETTE

GESCHIEDENIS

Op 19 september 1846 verschijnt een “mooie Dame” aan twee kinderen, Maximin Giraud, 11 jaar, en Mélanie Calvat, 14 jaar. De kinderen hoeden enige koeien op een alpenweide van La Salette op ruim 1800 meter hoogte. Opeens zien zij een prachtige Dame, die door licht is omgeven. Dit licht komt van een kruisbeeld met een hamer en een nijptang. Het kruis hangt om de nek van de Dame. Deze Dame heeft kettingen om en de kinderen zien rozen bij Haar. De “mooie Dame” zit en weent. Even nadien staat Zij op en spreekt de kinderen langdurig toe. Zij doet dit in het Frans en in het dialect. Echter, voortdurend huilt “de Dame”. Wat later gaat “de Dame” een steil pad op en verdwijnt in het licht.

De “mooie Dame” blijkt Onze-Lieve-Vrouw te zijn. Maria zegt onder meer: “Kom dichterbij, mijn kinderen, wees niet bevreesd. Ik ben hier om u groot nieuws te verkondigen.”
“Als mijn volk zich niet onderwerpen wil, zal Ik genoodzaakt zijn om de arm van mijn Zoon te laten gaan. Hij is zo zwaar en zo drukkend, dat Ik hem niet meer kan tegenhouden. Hoe lang lijd Ik reeds voor jullie! Als Ik wil dat mijn Zoon u niet verlaat, ben Ik genoodzaakt om Hem zonder ophouden te smeken.”
~Dit is een signaal, dat het einde van goede tijden nabij is.
“Ik heb u zes dagen gegeven om te werken. Ik heb mezelf de zevende dag voorbehouden en u wilt deze dag Mij niet toestaan. Dat is wat de arm van mijn Zoon zo zwaar maakt.”
~Het gaat hier over het verzuimen van de zondagsplicht.
“Zij die de wagens besturen, kunnen niet spreken zonder de Naam van mijn Zoon te gebruiken. Dit is het tweede, dat de arm van mijn Zoon zo zwaar maakt.”
~Dit betreft het bespotten van Jezus door vooral veel gevloek.
“De vrede wordt verstoord door een monster. Dit monster zal komen aan het eind van de 19e of begin 20e eeuw.”
~Later blijkt dit eerst de oorlog tussen Frankrijk en Duitsland te zijn in 1870-1871 en vervolgens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).
“Als de oogst verrot, dan is dat alleen uw schuld. Ik heb het u vorig jaar getoond met de aardappelen; u heeft u er niets van aangetrokken; wanneer u er vindt welke bedorven zijn, vloekt u en betrekt u er de naam van mijn Zoon in. De oogsten zullen nog meer bederven en met Kerstmis zullen er geen aardappelen meer zijn.”
~Met Kerstmis 1846 zijn er inderdaad geen aardappelen meer in de regio van La Salette.
“Als u koren heeft, moet u het niet zaaien. Al wat u zult zaaien, zal door dieren worden opgevreten en wat er van opgroeit, zal stof worden als u het zult dorsen.”
“Er zal een grote hongersnood komen. Vooraleer deze komt, zullen kleine kinderen onder de zeven jaar door een siddering worden bevangen en sterven in de handen van degenen die hen vasthouden. De anderen zullen boete doen door honger te lijden. De noten zullen slecht worden en de druiven zullen verrotten. Als de mensen zich bekeren zullen de stenen en rotsen in koren veranderen en zullen de aardappelen bezaaid op de akkers liggen.”
~In 1847 is er een grote landbouwcrisis. Er heerst een ziekte aan de wijnstokken, de korenoogst mislukt, evenals deze van de noten. Er volgen crises in de cultuur, handel, industrie en politiek. In 1851 zijn de noten weer rot. De massale hongersnood herhaalt zich in 1851 en 1856. Vele kinderen sterven en de cholera maakt veel slachtoffers in 1854.
“Veel bidden en dit ‘s morgens en ‘s avonds. Op zondag naar de mis gaan. Echter, dat doen enkel wat oudere vrouwen.”
“Welnu, mijn kinderen, maak het aan heel mijn volk bekend.”
~ De twee zieners hebben deze zending volbracht.
~Alle voorspellingen van Maria in La Salette zijn uitgekomen!

Niet lang na het bekend maken van de verschijning komen er bedevaarders vanuit Frankrijk en andere landen naar La Salette. In de regio van La Salette ontstaat een heropleving van christelijk leven.

Maria deelt aan beide kinderen afzonderlijk een geheim mee. De aan de twee zieners toevertrouwde geheimen zijn in 1851 op schrift gesteld. Dit gebeurt onder kerkelijk toezicht en deze informatie is overhandigd aan paus Pius IX. Kort hierna en dit vrijwel gelijktijdig met het afronden van een uitgebreid onderzoek wordt de verschijning in La Salette erkend door de kerk.

Er is een uitgebreid onderzoek gehouden naar de ware toedracht van de verschijning. Precies vijf jaar na de verschijning is het onderzoek naar de gebeurtenissen met “de dame” afgerond. Op 19 september 1851 oordeelt de bisschop van Grenoble, Mgr. Philibert de Bruillard, dat de verschijning van Onze-Lieve-Vrouw op waarheidsgronden berust en dat de mensen dat kunnen geloven. Dit oordeel wordt publiekelijk gecommuniceerd na toestemming vanuit Rome.

In 1852 kondigt bisschop Philibert de Brouillard aan, dat op de berg van La Salette een heiligdom komt. Hij deelt ook mee, dat er een nieuwe orde komt, namelijk “de Missionarissen van Onze-Lieve-Vrouw van La Salette”.

In Salette worden in 1872 de Nationale Bedevaarten opgericht. Er komen jaarlijks duizenden pelgrims naar het heiligdom in de Franse Alpen. Hieronder bevinden zich ook vele geestelijken, schrijvers en mensen, die later heilig worden verklaard. Onder de bezoekers zijn onder meer gezien Don Bosco, de Pastoor van Ars (Jean-Baptiste-Marie Vianney), Pierre-Julien Eymard en Jean-Léon Le Prévost.

In 1930 is opgericht de vrouwelijke tak van de missionarissen, namelijk “de Zusters Missionarissen van Onze-Lieve-Vrouw van La Salette”. De congregatie van de Salettijnen danken hun naam aan Onze-Lieve-Vrouw van La Salette. De communauteit (gemeenschap van kloosterlingen) van priesters en zusters, die verbonden zijn aan het heiligdom wordt een religieuze congregatie van wereldformaat. De leden van deze congregatie hebben geloften afgelegd en leven volgens regels, welke door de paus zijn goedgekeurd. De leden van de vereniging zijn de missionarissen en de zusters van La Salette.

De “Association des Pèlerins de La Salette”, A.P.S., is in 1962 opgericht door het bisdom Grenoble. Deze organisatie is belast met de materiële en geestelijke belangen van de deelnemers aan bedevaarten.

De zieners in La Salette …

Maximin Giraud is geboren in Corps op 26 augustus 1835 en aldaar gestorven op 1 maart 1875. Hij heeft een bewogen leven gekend. Zijn moeder sterft als hij nog geen 1,5 jaar is. Zijn vader hertrouwt, maar Maximin ontvangt van zijn stiefmoeder nauwelijks liefde. Van naar school gaan komt niets, omdat het gezin arm is en Maximin al op heel jonge leeftijd aan het werk gaat. In de drie jaar, welke volgen op de verschijning, verliest hij zijn halfbroer, stiefmoeder en vader. Hij wordt onder voogdij geplaatst en heeft vele baantjes. Zo is hij een halfjaar bij de Zouaven, gaat in Parijs werken en wonen en komt later weer terug naar Corps. Hij lijdt een onevenwichtig leven en dit steeds in armoede. Hij sterft op 39-jarige leeftijd in zijn geboorteplaats en dit zonder het geheim van Maria publiekelijk te openbaren.

Mélanie Calvat wordt op 7 november 1831 in Corps geboren en sterft op 14 december 1904 in het Italiaanse Altamura. Evenals Maximin, brengt zij haar jonge jaren door in een arm gezin, loopt geen school en is als jong meisje al aan het werk. Later verblijft zij in verscheidene congregaties. Zij is er postulante voor een proeftijd van enkele maanden voor het noviciaat. Dan wordt ze novice. Het blijft voor haar grotendeels een leven in kloosters. Mélanie lijdt aan waanbeelden, schept een denkbeeldig verleden en uit profetische misleidingen. Ze zegt visioenen te krijgen van Jezus. Met een Engelse priester gaat zij mee naar Engeland en verblijft 6 jaar in de Carmel te Darlington. Vervolgens gaat zij naar de Zusters van Compassie in het Franse Marseille. In Frankrijk woont Mélanie nog in enkele andere plaatsen, ze komt ook in Griekenland en Italië. Als zuster is haar naam “Zuster Maria van het Kruis” en zij wordt ook genoemd “Herderin van La Salette” van de derde Orde van de Heilige Dominicus. Omtrent het door Maria aan haar toevertrouwde geheim heeft Mélanie gezegd, dat er aanslagen op de paus komen en het geloof in ernstig verval raakt. Jaren na haar overlijden in 1904, wordt zij op 19 september (!) 1918 opgegraven. Haar lichaam is dan nog geheel intact. Het stoffelijk overschot gaat naar de kerk van Antoniao. Dit gebeurt in de nacht wegen de heersende Spaanse griep. Op 19 september (!) 1919 krijgt zij haar laatste rustplaats. Mélanie wordt opgebaard in de kerk, toegewijd aan de Onbevlekte Ontvangenis in Altamura, nabij Bari dat de plaats is van de Heilige Nicolaas.

BEDEVAARTSOORD

La Salette behoort tot de gemeente La Salette-Falavaux in de Dauphiné, departement Isère en behoort tot het bisdom Grenoble. Bijna het gehele jaar kunnen pelgrims op bedevaart komen naar La Salette. In het heiligdom zijn er vele overnachtingsmogelijkheden; er zijn zo’n 600 bedden beschikbaar. Ook is er eetgelegenheid voor honderden bezoekers.

In het heiligdom staat de kerk centraal met beelden van onze-Lieve-Vrouw van La Salette.

Voor de kerk staan beelden van de verschijning met de twee zieners.

Vlakbij de beelden van Maria is er een waterbron. Deze ligt op de plaats waar de verschijning is geweest in 1846. Meteen na het bezoek van Onze-Lieve-Vrouw is deze bron veel water gaan geven en dit tot heden toe. Door het water van de bron hebben zich onverklaarbare genezingen voorgedaan. Zo hebben blinden het gezichtsvermogen teruggekregen en zijn mensen van darmkwalen genezen door het drinken van het geneeskrachtige water.

Vlakbij de bron van La Salette staat een groot beeld van de Heilige Philomena (Sainte Philomene). Zij is de inspiratrice van de Nationale Bedevaart. Het beeld gedenkt de 25e verjaardag (1872-1897) van de Franse, Nationale Bedevaart.

In het museum van het Heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van La Salette wordt de bewogen geschiedenis van La Salette getoond. In dit museum is onder meer te zien: de steen, waarop Maria heeft gezeten, de beeltenissen van de twee zieners, de getuigenissen van de twee kinderen, foto’s van de bouwfasen van het heiligdom, gebruikte gereedschappen bij de bouw, gravures met het verhaal van de verschijning, een brief van de erkenning van de verschijning, door pelgrims geschonken kunstvoorwerpen, dankbetuigingen van bedevaartgangers en de verspreiding van de boodschappen van La Salette.

BEREIKBAARHEID

La Salette ligt in de Franse Alpen op 1800 meter hoogte. Vanuit Gap of Grenoble is het de Route de Napoléon (N85) volgen en bij Corps deze weg verlaten. Vanuit de plaats Corps is het ongeveer 14 kilometer bergop gaan en dan wordt het heiligdom bereikt.

Adres: Sanctuaire de Notre Dame de la Salette, F 38970 La Salette, France.

Webstek: www.villes-sanctuaires.com en deze geeft de nodige info.

BELEVING

Meermaals heb ik La Salette mogen bezoeken. In het volgende geef ik enige impressies van mijn rakende ondervindingen.

Ik ga met de auto van Corps naar het 14 kilometer verder, hoog gelegen La Salette. Naarmate de wolken dichterbij komen, wordt het landschap kaler en zie ik geen grote bomen meer. Na een bochtige, steile weg kom ik op zo’n 1800 meter hoogte bij het Maria-bedevaartsoord La Salette, dat ligt aan de Route de Napoléon tussen Gap en Grenoble. Indrukwekkende gebouwen als basiliek, gebedsruimten en een hotel met 600 bedden staan op dit hoge plateau. Het uitzicht is er hemelsmooi. Het is er druk met heel veel Italianen, een grote groep Polen en talrijke Fransen. Gelukkig is er voor mij nog een kamertje vrij.

Ik woon eucharistievieringen bij in het Frans, Italiaans en Pools. In de avond sluit ik me aan bij een grote groep om met de processie mee de bergen in te gaan. Vele lichtjes kronkelen over bergpaden. Het is ingetogen stappen met gezang. Ik kijk naar de toppen van de bergen, welke tot over de 2200 meter reiken. Dit zorgt bij mij voor een mystieke ervaring tussen Alpenreuzen.

In het heiligdom zie ik enkele grote beelden van Maria staan. Één beeld maakt op mij bijzonder veel indruk; ik zie Maria zittend en heel verdrietig met de handen voor het gezicht. Een ander beeld is een staande Maria, die naar boven kijkt, terwijl de twee zieners van 19 september 1846 er vlakbij staan.

In de basiliek is op het altaar een groot, bijzonder kruis geplaatst. Boven de ene arm van Jezus is een hamer bevestigd en iets boven de andere arm zie ik een nijptang. Ik hoor dat het kruis dateert uit de tweede helft van de 19e eeuw. Achter het kruis staan twee gouden beelden tegen de muur. Deze beeltenissen laten zien dat de Heilige Anna aan Maria instructies geeft. Hoog op het priesterkoor bevindt zich een meer dan levensgroot, wit Mariabeeld. Ook zijn er vele glas-in-loodramen te zien. Zowel bij daglicht, als met lampen aan zijn deze ramen zeer kleurrijk. De ramen vertellen veel over de geschiedenis van Jezus. Ik kijk verder rond en voel me in deze ruimte heel geïnspireerd.

Achterin de basiliek steek ik enkele kaarsjes aan. Voor menigeen heb ik een intentie, welke met een lichtje vergezeld gaat. Daarna kniel ik en mijn gedachten gaan uit naar enkele vrienden, die momenteel een zwaar kruis hebben te dragen. Wat later verlaat ik de basiliek met gedachten aan dierbare naasten. Het voelt als een groot geschenk hier te mogen zijn.

In Corps staat het geboortehuis van Mélanie Calvat, één van de twee zieners. Daar wil ik eens naartoe gaan. Het bezoek aan het huis vind ik zeker de moeite waard, zo is mijn gedachte. Het huis is weggestopt in een steegje en maakt op mij een armzalige, maar vertederende indruk. Ik ga het huis in en komt meteen in de ruime kamer, welke zowat het hele huis beslaat. Er hangen foto’s van Mélanie op jonge en zeer vergevorderde leeftijd. Er zijn boeken over en foto’s van haar verkrijgbaar en ook van de Mariaverschijning van La Salette. Ik ben blij dit huis te hebben gezien en kan me nu van haar een wat beter beeld vormen.

Vervolgens ga ik naar de kerk van Corps. Om in het oude kerkje te komen, moet ik bukken. De kerkdeur is niet berekend op mijn lengte van 1.93 meter. In dit kleine godshuis vallen me twee typerende beelden van Maria van La Salette op. Een groot beeld is de verschijning van de staande Maria bij de twee zieners. De andere beeltenis is de huilende Maria. Deze weergave heb ik in een kleinere uitvoering en ook als glas-in-loodraam. Als ik Maria zo huilend zie zitten, gaan mijn gedachten naar het lied “So Sad” van The Everly Brothers. Don Everly zingt: “We used to have good times together, but now I feel them slip away. It makes me cry …” De goede gevoelens van Maria zijn ook weg. Zij is bedroefd …

Ik ga terug naar het heiligdom en daar ontmoet ik een Duitser. We raken in gesprek en het is wel treffend, want zowel hij, als ik, bezoeken bedevaartsoorden van Maria. Hij vertelt dat hij een boek over spiritualiteit aan het lezen is. We praten lang over gevoel bij ons geloof in Maria en ook over het beleven van geloof. Het is een diepgaand, onderhoudend gesprek over de betekenis die wij toekennen aan bedevaartplaatsen. De beleving voor Maria en de historische verschijningsgrond brengen hem naar hier.

In La Salette ga ik de heuvel op en na de benen wat te laten klimmen, kom ik bij een groot, wit kruis. Ik ben bovenop de heuvel, recht tegenover de basiliek. Een andere wandeling gaat naar het kerkhof, waar mensen liggen, die hier hebben gewerkt. In een apart gebouw, naast de kapel liggen de overleden missionarissen van La Salette. Eerst heeft de kapel gestaan op de Esplanade, maar is in 1865 herplaatst naar de huidige ruimte. In de kapel staat een groot, wit beeld van Onze-Lieve-Vrouw van La Salette. Voor het beeld ligt een witte roos. Hier is een gebed passend.
Vervolgens ga ik naar beneden en kom bij het heiligdom. Ik zie schapen zich tegoed doen aan de voeding van de Alpen. Er valt een steen …

De andere dag om 7.00 uur laten de klokken van de kerk zich horen en een half uur later ben ik in de eetzaal voor het ontbijt. Met twee sneden brood, croissant, jam, thee en sinaasappelsap stel ik het wel voor een tijdje. Met deze voedingswaren ga ik naar een tafel, waaraan een donker gekleurde man zit. Hij is van Vietnamese afkomst en net als ik is hij hier al vaker geweest. Hij vertelt dat hij al zo’n 30 jaar in Frankrijk woont. De Fransen hebben in Vietnam heel wat invloed gehad, zegt hij. Vandaar dat hij in Frankrijk zijn nieuwe thuisland heeft gevonden. Hij zegt dat hij een beetje werkt in het restaurant van zijn broer in Lyon en assisteert, als bijna 40-jarige, in een kerk. De man schrijft, evenals ik, boeken en is zeer geïnteresseerd in de verschijning te La Salette.
Later op de dag zie ik hem in de basiliek zitten. Hij ziet mij ook. We knikken naar elkaar. Wellicht heeft hij, evenals ik, het goede en waardevolle gevoel hier dichtbij Maria te zijn. Als ik twee jaar later weer naar La Salette ga, bericht ik hem en dit leidt tot een nieuwe ontmoeting met gesprekken over La Salette.

Van de natuur in en rond La Salette heb ik ook genoten …
Het is 9.00 uur. Ik ga het restaurant in en bestel thee aan de bar. Daarna neem ik plaats aan het raam, waar er uitzicht is op de wolken. Buiten is alles wit. Het zicht is hooguit een tiental meter. Dit lijkt wel op weg naar de hemel zijn. Als dit zo is, ben ik al aardig onderweg, want het heiligdom ligt op 1800 meter. Echter, het is niet druk op deze route, aangezien ik hier alleen ben. Wellicht is de route naar de hemel ook een solistisch af te leggen traject.
Na zo’n vijf minuten is de groene thee wel getrokken. Ik neem een teugje en kijk naar buiten. Het zicht is al wat meer; enkele tientallen meters halen de ogen. In het restaurant ben ik nog steeds de enige gast. Velen zijn bij dit natuurverschijnsel niet aanwezig en willen geen getuige zijn van wegtrekkende wolken.
Weer kijk ik naar buiten en de bergen worden op mijn hoogte iets meer zichtbaar. Ik geniet van het uitzicht en merk pas later, dat er meer bezoekers zijn binnengekomen. De zon kondigt zich aan en de zonnestralen laten de wolken nog meer verdwijnen.
Ruim een uur later is de Alpenwereld helder. De bergen hebben het wolkenkleed uitgedaan. Kilometers ver is het uitzicht. Ik kijk omhoog. De hemel is blauw. De weg naar de hemel is verdwenen. God heeft mij dus nog niet nodig …

Geplaatst: 2 mei 2020.

~~~

LOURDES

GESCHIEDENIS

Op 7 januari 1844 wordt Bernadette Soubirous in Lourdes geboren. Het gezin Soubirous verkeert in een redelijke mate van welstand en dit komt door het werk in de watermolen. Echter, de industriële ontwikkeling in het midden van de 19e eeuw heeft onder andere gevolgen voor het beroep van molenaar. Bovendien deelt de overheid gratis bloem uit om de hongersnood onder de bevolking in het zuiden van Frankrijk te bestrijden. Uiteindelijk worden deze gebeurtenissen noodlottig voor de traditionele molenaar. Vader Soubirous verdient steeds minder in de molen en hij geeft ook heel wat weg aan armen. Wat later raakt hij zonder werk en hierdoor is het moeilijk rond te komen. De armoede slaat toe. In 1855 moet het gezin de molen verlaten.

Bernadette Soubirous heeft een zwakke gezondheid. Zij heeft onder andere last van astma en is regelmatig ziek. Ook krijgt zij cholera. Bernadette gaat naar het nabij gelegen Bartrès om er te leven bij bekenden. Zij verblijft een tijd bij de familie Laguës. Hier is Bernadette ook als baby gevoed.

Het gezin Soubirous kan door de armoede geen geld voor een huis uitgeven. Uiteindelijk wordt een voormalige, afgekeurde, kleine gevangenis de woonplek. Tegen het einde van het jaar 1857 verblijft het gezin dan ook in het “cachot”. Enige maanden later komt Bernadette terug naar de familie in Lourdes.

Bernadette ervaart wat het is in armoede te leven, een broze gezondheid te hebben, op school niet mee te kunnen komen, weinig ontwikkeld te zijn en sociaal als minderwaardig te worden beschouwd. Deze kenmerken geven Maria de gelegenheid via Bernadette haar stem te laten horen. Dit gebeurt in 1858. De eerste verschijning is er op 11 februari en de laatste vindt plaats op 16 juli 1858. Bernadette noemt de verschijning de Dame. Deze Dame zegt onder andere tot haar: “Ga drinken van de bron en was u er.” Op 25 maart 1858 zegt de Dame wie Zij is: “Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis.” Maria verschijnt aan Bernadette 18 maal te Lourdes. Tijdens de verschijningen wordt het steeds drukker, want vele belangstellenden en nieuwsgierigen willen ook zien wat er gebeurt. Ook willen zij aanschouwen wat Bernadette bij de Grot doet als er een verschijning plaatsvindt. Als Bernadette een kruisteken maakt, zijn er duizenden ogen op haar gericht.

In de Grot te Lourdes staat een Mariabeeld van Joseph Fabisch. Dit beeld is op 4 juli 1864 geplaatst in de nis van de Grot, waar Maria is verschenen aan Bernadette Soubirous. In 1866 vertrekt Bernadette naar het klooster in het Franse Nevers. Bij de zusters in Nevers werkt zij, maar ook is zij vaak ziek. Zij leeft er nog 18 jaar en komt niet meer naar Lourdes. Bernadette overlijdt op 16 april 1879 in Nevers. Zij is er opgebaard in een glazen schrijn. Bernadette Soubirous is in 1925 zalig en in 1933 heilig verklaard.

Vanaf 1858 hebben er in Lourdes miraculeuze, onnatuurlijke genezingen plaatsgevonden en vele pelgrims zeggen genezingen in het hart te ervaren.

BEDEVAARTSOORD

Het Heiligdom te Lourdes komt menigeen binnen via de grote Sint-Michielspoort of Michaëlpoort en ziet het imposante Bretoens kruis. Links hiervan ligt de indrukwekkende, ondergrondse basiliek. In de verte ziet de bezoeker twee basilieken boven elkaar, namelijk deze van de Onbevlekte Ontvangenis en daaronder de Rozenkransbasiliek. Door verder te wandelen en rechts te gaan van deze twee basilieken, komen de pelgrims bij de Grot. Bij deze Grot heeft Maria 18 keer met Bernadette Soubirous een ontmoeting. In Lourdes worden per dag duizenden kaarsen aangestoken. Dit gebeurt aan de overkant van de rivier de Gave de Pau. Er zijn twee kruiswegen te volgen, namelijk een gelijkvloers in het Heiligdom en een andere op de heuvel, naast het “Sanctuaire”. Deze tweede kruisweg vertoont de staties met grote, witte beelden.

Lourdes is voor velen de plek waar iedereen zich welkom kan voelen en dit ongeacht de achtergrond of afkomst. Steeds ervaren de pelgrims, dat de pastorale zorg voor de bedevaartgangers er groot is. Het spirituele karakter van het Heiligdom wordt er op vele wijzen benadrukt, zoals door het bijwonen van vieringen, het volgen van de kruisweg, de bezoeken aan de Grot en het deelnemen aan processies. De aandacht voor gebed en zang is er nadrukkelijk aanwezig en dit uit zich op massale wijze bij de kaarsenprocessie, welke in de avond door het Heiligdom trekt. Ook is de parochiekerk te bezoeken, waar Bernadette is gedoopt. Verder is er een “jubileumroute” te volgen, welke de plekken aandoet, waar Bernadette heeft gewoond of er is geweest.

De verering en devotie voor Maria is heel sterk in Lourdes. Zo’n 5 miljoen mensen per jaar danken, eren en prijzen Haar in het wereldwijd bekende Heiligdom. Een ontwikkeling is, dat er steeds meer pelgrims op eigen gelegenheid naar Lourdes komen en dus niet met een georganiseerde bedevaart. Dit komt door het individueel willen ervaren van het Lourdesbezoek.

In Lourdes is veel te zien, zoals het hooggelegen, grote kasteel, de vele winkels, de ontelbare bars, restaurants en hotels en bovenal het Mariaheiligdom.

BEREIKBAARHEID

Lourdes ligt in het zuiden van Frankrijk en wel tussen de wat grotere plaatsen Pau en Tarbes. De bedevaartsplaats ligt op zo’n 20 kilometers van Tarbes en op ongeveer 40 kilometers van Pau. Op de autosnelweg E80/A64 is het nabij Tarbes afslag 12 nemen en vervolgens de N21 volgen.

Ook is Lourdes per vliegtuig bereikbaar. Het vliegveld Ossun is gelegen op zo’n 10 kilometers van Lourdes.

In Lourdes is ook een treinstation, waardoor er nationale en internationale verbindingen via het spoor zijn.

Webstek: www.lourdes-france.org en deze kan informatie in 6 talen geven, namelijk in het Duits, Engels, Frans, Italiaans, Spaans en Nederlands.

BELEVING

Naar Lourdes ga ik om aan Maria mijn hoop, leven, tekortkomingen, vreugde en ziekte toe te vertrouwen. In de bekendste, Franse Maria bedevaartplaats zie ik vele minder bedeelden en zieken.

In Lourdes denk ik meer dan elders aan Bernadette Soubirous. Wat heeft zij een armoedig leven gekend. Ook is Bernadette vaak ziek en ondervindt zij menige tegenslag. In haar zie ik een voorbeeld, want ook mijn leven is geen gepolijste weg, heb ik steeds meer last van astma en ben ik vaak ziek geweest. Echter, Bernadette heeft het veel moeilijker gehad en ben ik toch wel in een meer welgesteld leven mogen verblijven. Dit voelt als op een goede plaats te landen.

Een bezoek aan Lourdes sterkt mij en geeft mij kracht. Ik voel me gelukkig met de rozenkrans in de handen en zo biddend bij de Grot te mogen komen. Als ik daar ben zijn de ogen op het Mariabeeld gericht. Tijdens het bidden zijn mijn gedachten heel sterk bij Maria. In mijn hoofd voel ik me in haar woning, want daar staat de deur altijd open.

In Lourdes heeft de Grot op mij de grootste aantrekkingskracht. De nis, waarin het Mariabeeld staat, duidt de plek aan waar de Dame is verschenen. Deze rots van Massabielle ligt in het laagste deel van de stad. Meermaals is de Grot dan ook overstroomd door het wassende water van de rivier de Gave de Pau. Ik kijk naar de snel stromende rivier. Een overstroming is niet voor nu. Dan ga ik naar de Grot en sluit aan in en lange rij mensen. Alle wachtenden willen de Grot in. Wat later passeer ik de bron en zie het Lourdeswater stromen. Ik schuifel wat door, geraak onder het bekende Mariabeeld, voel de rots, wrijf over de harde rotsmassa en ga traag verder. Ineens sta ik stil. Draai me om. Kijk naar het beeld en zeg zachtjes: “Dank U, dat ik hier mag komen.” Vervolgens neem ik plaats op een bank. Kijk naar het Mariabeeld en daarna naar de bezoekers van de Grot. Ik zie mensen kruistekens maken en bidden. Ook zijn er die de rots kussen en met handen en hoofd aanraken. Ik ontvang gedachten over mijn zwakheden en raak in gebed.

Meermaals heb ik in Lourdes honderden mensen achter elkaar in een zitkarretje naar de Grot zien gaan. Steeds knik ik hen op vriendelijke wijze toe en de reactie is meestal een glimlach. Wat kan vriendelijkheid veel goed gevoel oproepen. Deze mensen zijn ziek; fysiek en/of mentaal. Ik vraag me dan af, wie er niet ziek is. Volgens mij is iedereen ziek, ook al is het besef ervan afwezig. Elke mens heeft tekortkomingen en eveneens ik. Deze tekorten zie ik als een ziekte. Door deze ziekten is niemand volmaakt en ook niet gezond. Toch heb ik gezonde gedachten, is mijn overtuiging. Dit overkomt me opvallend veel in Lourdes. In Lourdes ontvang ik kracht van Maria om verder te gaan en dit ondanks mijn tekorten. Door het ontvangen van kracht ben ik Haar heel dankbaar. Door hier wat langer bij stil te staan, krijg ik een brok in de keel. Het ontvangen van kracht voelt als een wonder. Hierdoor kan ik doorgaan en dit voelt als een blijde boodschap. Voor dit al te mogen ervaren, dank ik Maria.

In Lourdes zie ik vele zieken, armen en minder validen in volle overtuiging van geloof in Maria. Verder constateer ik, dat er relatief veel jonge mensen in Lourdes zijn. Velen van hen doen mee met de kaarsenprocessie, welke om 21 uur begint. In het seizoen van begin april tot eind oktober trekt deze elke avond door het Heiligdom. Ik zie duizenden mensen in de stoet meegaan en zowat iedereen heeft een kaarsje in de hand. Wat wordt er veel gezongen en gebeden. Wat een beleving mag ik hier ervaren. Voor mij is Lourdes een veelzeggend, diep rakend, kracht gevend en liefdevol bedevaartsoord.

Geplaatst oktober 2019

~~~

PARIJS

GESCHIEDENIS

De verschijningen van Maria aan Catherine Labouré (1806-1876) hebben van de Franse hoofdstad Parijs een drukbezochte bedevaartplaats gemaakt.

Catherine Labouré wordt op 2 mei 1806 geboren in het plaatsje Fain-lès-Moutiers in de streek van Bourgondië. Zij groeit op in een kinderrijk, arm boerengezin. Het bidden is er een deel van het dagelijks leven. Op haar 9e verliest zij haar moeder, die helemaal op is door het harde boerenleven en 17 zwangerschappen, waarvan 10 kinderen blijven leven. Hierdoor ontstaat bij Catherine gemis aan moederliefde en daardoor neemt zij haar toevlucht tot Maria. Zij gaat nog meer dan voorheen helpen in de huishouding.

Wat later stuurt vader Pierre Labouré de twee jongste kinderen, de 9-jarige Catherine en de twee jaar jongere Tonine naar zijn zus in Saint Remy. De twee zusjes gaan werken in een welgesteld gezin. Door het uit werken gaan op jonge leeftijd volgen Catherine en Tonine geen school. Het oudste kind van het gezin Labouré, Marie-Louise, pakt de rol van de moeder over. Twee jaar later komen de twee zusjes terug naar de boerderij. Catherine krijgt de taak voor de honderden duiven van haar vader te zorgen. Ook heeft zij stal en huis schoon te maken, is het de tuin op orde houden en in de keuken voor het eten zorgen. Door al dit werk gaat Catherine haar oudste zus vervangen, want Marie-Louise vertrekt naar het klooster van de “Dochters van Liefde”.

Catherine wil naar het klooster, maar kan niet lezen en schrijven. Op advies van Marie-Louise moet zij er werk van maken om zich te ontwikkelen, anders kan zij nooit naar het klooster gaan. Op haar 18e mag Catherine de boerderij verlaten en haar jongere zus Tonine neemt de taken van haar over. Catherine vertrekt naar Chatillon om bij een nicht te gaan wonen. Deze vrouw heeft een kleine school om de opvoeding van kinderen te voltooien met lezen, schrijven en rekenen. Echter, er is geen goede verstandhouding tussen Catherine en haar oudere nicht, die op de boerendochter neerkijkt. Catherine verliest het zelfvertrouwen en neemt het besluit terug naar de boerderij te gaan. Lezen, schrijven en rekenen heeft ze nauwelijks geleerd.

Op een nacht in 1825 krijgt Catherine Labouré een droom met het bezoek van een oude priester. Deze geestelijke zegt onder meer dat het goed is zieken te verzorgen en dat God plannen met haar heeft. Catherine kent de man niet.

In 1828 spreekt Catherine met haar vader over haar roeping in het klooster te gaan. Haar jongere zus Tonine is dan 20 jaar en kan het werk op de boerderij van haar overnemen. Echter, haar vader staat niet toe dat ze het klooster ingaat, want zijn oudste dochter is al naar het klooster bij de Dochters van Liefde gegaan. Pierre Labouré stuurt Catherine naar zijn zoon Charles, die in Parijs een eetgelegenheid heeft. Charles heeft onlangs zijn vrouw verloren en kan de hulp van Catherine goed gebruiken. Catherine verlaat de boerderij om naar haar oudere broer te gaan. Zij komt nooit meer in haar geboortedorp en de boerderij ziet zij ook niet meer. Charles ziet dat Catherine niet gelukkig is in het restaurant; zij heeft een andere roeping. In 1829 hertrouwt haar broer en mag Catherine vertrekken. Marie-Louise, de oudste zus van Catherine, adviseert haar terug te gaan naar Chatillon om de Franse taal beter te leren. Een oudere broer is met haar nicht van het schooltje gehuwd. Catherine zet de stap om wat meer te willen leren. Deze broer gaat met vader Pierre Labouré in gesprek om met hem over de roeping van Catherine van gedachten te wisselen.

Iets later gaat Catherine naar een huis van de Dochters van Liefde om met de overste te praten over haar toekomst. In de spreekkamer ziet de boerendochter een schilderij. Zij herkent de oude priester uit haar droom van enkele jaren terug. De overste vertelt haar, dat de man op het schilderstuk de Heilige Vincentius a Paulo is, de medestichter van de Dochters van Liefde.

Op 22 januari 1830 gaat Catherine naar Chatillon-sur-Seine. Zij komt in het Gasthuis van Liefde en dan begint haar postulaat. Dit is een proeftijd van enkele maanden om te zien of zij geschikt is in het klooster te mogen komen. Catherine brengt geen bruidsschat mee en hierdoor is het bijzonder dat zij wordt toegelaten als postulante.

Na drie maanden postulaat wordt Catherine op 21 april 1830 naar het klooster in de Rue du Bac te Parijs gestuurd. Hier begint haar noviciaat. Dit is een stage voor een zuster om bij goed gevolg definitief in het klooster te worden opgenomen. Catherine Labouré is nu bij de Dochters van Liefde. Een grote wens is in vervulling gegaan.

De congregatie van de Dochters van Liefde van Vincentius a Paulo, kortweg “Dochters van Liefde”, is in 1633 gesticht door Vincentius a Paulo (1581-1660) en Louise Legras-de-Marillac (1591-1660). Deze organisatie groeit in de loop van de jaren uit tot een wereldwijde gemeenschap van apostolisch leven in de Katholieke Kerk. Speciale aandacht hebben de leden van de congregatie voor het zorgen voor armen. De zusters dragen een corvette, dit is een puntige, witte kap. In 1964 wordt deze kap vervangen door een lichtblauwe hoofddoek. Vincentius a Paulo heeft ook de missiecongregatie de “lazaristen” gesticht. Deze is genoemd naar het Moederhuis St. Lazare te Parijs. Hij begint ook met een vereniging van vrouwen uit de burgerij om armen en zieken te troosten. In 1633 komen hieruit voort de “Dochters van Liefde”.

Vier dagen na haar komst in het klooster vindt in Parijs de overbrenging plaats van de relieken van de Heilige Vincentius a Paulo. Deze komen van de Notre-Dame te Parijs en gaan naar de kapel van de lazaristen in de Rue de Sèvres, vlakbij de Rue du Bac. Catherine is getuige van de overbrenging van de relikwieën.

Als Catherine Labouré een drietal maanden in het klooster in de Rue du Bac is, gaat zij verschijningen van Maria zien. De eerste verschijning is in de nacht van 18 op 19 juli 1830 en vindt plaats in de kapel, welke in 1815 is gebouwd.

Op 18 juli 1830, in de vooravond van de feestdag van de Heilige Vincentius a Paulo ontvangt Catherine, evenals de andere zusters, een stukje stof van het rochet, ofwel witte koorkleed, van deze bijzondere geestelijke. Een deeltje van de stof slikt zij in. Catherine doet dit om genade te verkrijgen en de Heilige Maagd te mogen zien. Een half uur voor middernacht hoort zij een stem haar roepen. Ze ontwaakt en bij haar bed staat een in het wit gekleed kind van een jaar of vijf. Dit kind is haar engelbewaarder en straalt licht uit. De kleine engel verwijst haar naar de kapel, omdat de Heilige Maagd daar op haar wacht. Catherine komt in de kapel en ziet deze ruimte vol stralend licht; alle kaarsen en lampen branden. Het engeltje brengt haar naar de zetel van de directeur. Daar knielt Catherine. Dan verschijnt Maria. De Moeder Gods draagt een blauwe mantel en een witte sluier. Maria gaat in de stoel plaatsnemen. Knielend is Catherine dichtbij de voeten van de Heilige Maagd. Een gesprek van twee uur begint. Maria heeft het onder meer over een zending van God voor Catherine, de komende moeilijkheden, naderende slechte tijden, verachting van Jezus en het opnieuw opengaan van de zijde van haar Zoon. Daarbij kijkt Maria zeer bedroefd. Haar treurnis komt door de vele wantoestanden. De congregaties van de Lazaristen en de Dochters van Liefde moet worden hervormd. Maria zegt, dat het reglement moet worden nageleefd. De Maagd Maria draagt Catherine op, dit te zeggen tegen degene, die haar moet leiden. Dit is niet de overste, maar Maria vertelt dat hij dit nog wordt. Hij moet alles in het werk stellen om het reglement te doen opvolgen. Catherine moet hem dit in naam van Haar zeggen. De communauteit zal, als gemeenschap van kloosterlingen, opbloeien en uitbreiden. Maria zegt tegen Catherine, dat er grote gevaren komen, maar dat Zij bij haar is. Catherine moet in Haar vertrouwen hebben. De zieneres hoort ook dat er onder de geestelijken van Parijs slachtoffers vallen. De aartsbisschop zal sterven en er zal veel bloed vloeien. Deze voorspelling van Maria komt uit. Op 24 mei 1871 wordt de aartsbisschop van Parijs, Monseigneur Darboy, gefusilleerd.
Ook andere voorspellingen van Maria komen uit. Er komt een recessie in Frankrijk van 1846 tot 1848. In Frankrijk breekt een revolutie uit in 1848. Daarna is er een cholera-epidemie. In 1870 verklaart de Franse keizer Napoleon III de oorlog aan Pruisen. Echter, de Pruisen zijn sterk, verslaan de Fransen en komen zegevierend in Parijs aan. In de Franse hoofdstad komt er een burgeropstand en de godshuizen moeten het ontgelden. De Zusters van Liefde ontvluchten Parijs.

Later zegt Catherine, dat de eerste ontmoeting met Maria het meest gelukkige uit haar leven is.

Op 27 november 1830 verschijnt Maria voor de tweede keer aan Catherine Labouré. De Moeder Gods is gekleed in een lichtrood gewaad met wijde mouwen. Zij draagt een lange sluier met kant van boven het voorhoofd tot aan de voeten. Het haar is goudkleurig en het gezicht doet Catherine denken aan een vrouw van ongeveer 40 jaar. Maria glimlacht naar Catherine, maar toont bedroefdheid en houdt de ogen vaak omhoog gericht. De Verschijning staat op een halve bol en deze stelt de aarde met het rijk van de duivel voor, dat door Haar wordt overwonnen. In beide handen heeft Zij een kleinere bol vast, met daarop een kruisje. Wat later verdwijnt deze bol. Maria draagt ringen met glanzende edelstenen, waaruit kleurrijke stralen komen. Deze lichtbundels stellen symbolen van genade voor. De stralen vallen in druppels op de halve bol. Rond Maria vormen zich de woorden “O Maria, zonder zonden ontvangen, bid voor ons, die onze toevlucht tot U nemen”. Vervolgens ziet Catherine de letter “M”, daarboven een kruis en eronder twee harten. Het ene hart is van Jezus en is met doornen gekroond. Het andere hart is van Maria en is met een zwaard doorboort. De Heilige Maagd zegt tegen Catherine, dat zij een medaille volgens dit model moet laten slaan. Zij die de medaille dragen, ontvangen grote genaden. Deze vergiffenissen zullen overvloedig zijn voor degenen, die haar met vertrouwen dragen. Hieruit blijkt, dat de zending van God aan Catherine over een medaille gaat. De zuster van de Dochters van Liefde geeft de boodschap om een medaille te maken door aan haar biechtvader, pater Lazarist Jean-Marie Aladel. Echter, hij gaat er niet op in.

Na de tweede verschijning komt Maria nog een vijftal keer heel even terug bij Catherine en steeds herhaalt Zij de opdracht om te komen met de gevraagde medaille.

Nog geen maand na de tweede, langdurige verschijning ziet Catherine opnieuw Maria voor een uitgebreid onderhoud. De Heilige Maagd staat weer op een bol en onder haar voeten kronkelt een slang. Maria toont zich ontevreden, omdat aan haar opdracht een medaille te maken nog niet is voldaan. Dit geeft Catherine door aan haar biechtvader Aladel. Vervolgens gaat deze pater zich in verbinding stellen met de aartsbisschop van Parijs, monseigneur De Quélen. Hij spreekt de hooggeplaatste geestelijke over de medaille. Echter, hij noemt de naam van Catherine niet. Vervolgens stelt Jean-Marie Aladel nog een rapport op dat naar de bisschop gaat.

Op 5 februari 1831 komt zuster Catherine Labouré in het verpleeghuis van d’Enghien te werken. Zij begint met te assisteren in de keuken en later verzorgt zij bejaarde mannen. Zij woont dan niet meer in het klooster in de Rue du Bac maar in dat van Reuilly. Dit klooster ligt in de Rue de Reuilly 77 te Parijs en dit is vlakbij het verpleeghuis.

Pas in 1832 krijgt pater Jean-Marie Aladel van de aartsbisschop toestemming de medaille te laten maken. Iets later in dat jaar zijn de eerste medailles gereed. Als in 1832 een cholera-epidemie uitbreekt te Parijs beginnen de Zusters van Liefde de eerste medailles te verspreiden.
Nadat er miljoenen medailles zijn verdeeld, vinden vele bekeringen en genezingen plaats. Ook worden door de medaille beschermingen gevoeld. Verscheidene wonderen worden toegeschreven aan de medaille. Op basis van deze informatie zegt de aartsbisschop van Parijs, dat voortaan kan worden gesproken van de “Wonderdadige Medaille”. Andere benamingen voor de “Wonderdadige Medaille” zijn “Medaille van de Onbevlekte Ontvangenis”, “Miraculeuze Medaille” en “Wonderbaarlijke Medaille”.

De “Wonderdadige Medaille” is de meest verbreide medaille in de wereld. Deze heeft een ovaal kader. Aan de voorzijde staat Maria op een wereldbol met de armen wat gespreid en vanuit de handen komen stralen. Aan de buitenkant is er de tekst: “O Maria zonder zonde ontvangen bidt voor ons die hun toevlucht tot U zoeken”. De achterzijde van de afbeelding geeft in het midden de letter “M” met een kruis erdoor en daaronder het hart met doornen van Jezus en dat van Maria is doorboort met een zwaard. Om dit geheel zijn 12 sterren aangebracht. De verkopen van de medailles zijn vanaf de jaren 30 een groot succes, want in de periode 1832 – 1842 zijn meer dan 100 miljoen exemplaren over de gehele wereld verdeeld. De woorden “O Maria zonder zonden ontvangen bidt voor ons die hun toevlucht tot U zoeken” zijn dan ook ontelbare keren gebeden.

In 1854 komt paus Pius IX, na lang aandringen van hooggeplaatste geestelijken, met het dogma “Maria Onbevlekt Ontvangen”.

In 1857 komt de dochter van haar zus Tonine ook in het ziekenhuis d’Enghien aan de Parijse Rue de Reuilly; het is haar nicht Marie-Antoinette.

Als Catherine in 1858 verneemt van de verschijningen in Lourdes van Maria aan Bernadette, zegt ze dat dit dezelfde Vrouw is die zij heeft mogen ontmoeten. Catherine Labouré en Bernadette Soubirous hebben meegewerkt aan het wereldwijd bekendmaken van Maria, de Onbevlekte Ontvangenis.

Pater Aladel zorgt niet voor een beeld van Maria met wereldbol in de hand. Wat later gaat overste Dufès, na een lang gesprek met Catherine, er wel voor zorgen. Dit gebeurt in 1876, maar Catherine is teleurgesteld over het resultaat.

Gedurende vele jaren is Catherine verpleegster in het bejaardenhuis d’Enghien aan de Rue de Reuilly te Parijs. Op latere leeftijd is ze portier bij de hoofdingang van het complex van Enghien. Ze praat daar niet over de verschijningen van Maria aan haar, want ze heeft de wens onbekend te blijven. Catherine zegt: “Ik was slechts een werktuig. De zaligste, Lieve Vrouw is niet voor mij verschenen. Als Zij mij, die zo onwetend is, heeft gekozen, is dat slechts dat men aan Haar niet twijfelt.”

In 1876 nemen de krachten van Catherine af en zij voelt het einde naderen. Maria ontslaat haar van het te bewaren geheim. Haar biechtvader is er niet meer en als zodanig is dat geworden zuster Jeanne Dufès, overste van Reuilly en Enghien. Catherine vertelt haar van de verschijningen. Op 31 december 1876 sterft Catherine op 70-jarige leeftijd. In de Rue de Reuilly wordt op 3 januari 1877 het stoffelijk overschot bijgezet in de crypte, onder de kapel.

Catherine wordt opgegraven 56 jaar na het overlijden. Dit gebeurt op 21 maart 1933 en houdt verband met haar zaligverklaring. Voordat Catherine zalig wordt verklaard, gebeurt er een wonder. Een verlamd kind komt bij de lijkkist, raakt deze aan en geneest! Er wordt een grondig onderzoek verricht naar het stoffelijk overschot van de zieneres. Hieruit blijkt dat het lichaam van Catherine volledig intact is en de ledematen zijn soepel. Dit is heel bijzonder na meer dan 50 jaar. Een arts slaat haar oogleden op, is verbaasd en zegt: “Na zovele jaren zijn de ogen, die Maria hebben gezien, nog even blauw als toen zij leefde.” Na dit onderzoek wordt het stoffelijk overschot overgebracht naar het moederhuis van de Dochters van Liefde aan de Rue du Bac. Op 28 mei 1933 is Catherine zalig verklaard door paus Pius XI. Hierbij zijn 50.000 getuigen, waarvan 8.000 witgesluierde kinderen, die de wonderdadige medaille dragen. Catherine komt in een glazen schrijn te liggen in de kapel aan de Rue du Bac, namelijk de Chapelle de la Médaille Miraculeuse. Op 27 juli 1947 is Catherine Labouré heilig verklaard door paus Pius XII. Ook dan is de belangstelling enorm en zijn er meer dan 10.000 witgesluierde kinderen aanwezig.

In 1980 bezoekt paus Johannes Paulus II het klooster aan de Rue du Bac.

De jaarlijkse feestdag van Catherine Labouré is 28 november, daags na de gedachtenis aan de “Wonderdadige Medaille”. Catherine wordt vaak afgebeeld met duiven; zij is de patrones van de duivenliefhebbers. Dit komt door haar zorg voor zo’n 700 duiven op de boerderij van haar vader.

BEDEVAARTSOORD

Het heiligdom van de verschijningen aan Catherine Labouré ligt aan de Rue du Bac, in het centrum van Parijs en wel in de wijk Saint-Germain-des Prés. De straat Rue du Bac is meer dan één kilometer lang en komt bij de Seine-rivier uit. Dit is bij de brug Pont Royal. Vroeger was er hier een veerdienst. Het woord “Bac’ betekent veerboot.

In de Rue du Bac staan grote herenhuizen, heel wat kleinere zaken en enkele imposante winkelbedrijven. Aan de Rue du Bac staat het klooster van de “Dochters van Liefde” van Vincentius a Paulo. Op deze plaats heeft eerst een hotel gestaan en in 1815 is de kapel van het klooster er gekomen.

Boven de poort van de toegang tot het klooster staat een beeld van Maria met Kind de bezoekers te begroeten. Hierboven staat de tekst “MONSTRA TE ESSE MATREM”, ofwel “TOON UZELF ALS MOEDER”. In dit complex is gelegen de kapel van “Onze-Lieve-Vrouw van de Wonderdadige Medaille”. In deze grote en hoge kapel is het lichaam opgebaard van Catherine Labouré. Zij ligt in een glazen schrijn, welke goed zichtbaar is voor de vele bezoekers. De doorzichtige lijkkist staat rechts van het hoofdaltaar. Zoals Catherine daar ligt, is zij opgegraven in 1933. Catherine toont haar goed bewaarde lichaam en is gekleed volgens de toen geldende normen van de “Dochters van Liefde”.

Naast de glazen schrijn is het altaar van Sint Vincentius met zijn bewaarde hart. Nog iets meer naar rechts staat de zetel, waarin Maria heeft gezeten tijdens de verschijning. Op deze plaats heeft de Onbevlekte Ontvangenis een lang gesprek met Catherine Labouré gevoerd in de nacht van 18 op 19 juli 1830.

De kapel van het klooster aan de Rue du Bac ontvangt jaarlijks ruim één miljoen bezoekers.

BEREIKBAARHEID

In het centrum van Parijs ligt de Rue du Bac. De straat grenst aan de Boulevard Saint-Germain en Boulevard Raspail, vlakbij de rivier de Seine. Er is ook een metrostation Rue du Bac. De Rue du Bac komt bij de Seine uit bij de Quai Anatole France en Quai Voltaire.

Adres: Rue du Bac 140, 75340 Parijs, Cedex 07.

Webstek: www.chapellenotredamedelamedaillemiraculeuse.com en hier is de nodige info te vinden.

BELEVING

In Parijs breng ik een bezoek aan de Rue du Bac. Op nummer 140 is het grote klooster en ook de befaamde kapel te vinden. In de betekenisvolle kapel woon ik met vrienden een eucharistieviering in het Frans bij. De grote kapel is bijna geheel vol met biddende, dankende en zingende mensen. Dit betekent, dat de vele, houten banken nagenoeg geheel zijn bezet met zo’n 700 aanwezigen. Op de galerij van de tweede verdieping zijn er nog enkele plaatsen op de vrij. Deze zijn voor de gasten uit Nederland, denk ik.

In de verte zie ik het altaar en ook de kapel waar Catherine Labouré in een glazen schrijn ligt opgebaard. In 1830 heeft op die plaats tweemaal een verschijning van Maria plaatsgevonden.

Na de viering ga ik naar beneden en geraak, na wat wachten, bij de glazen kist naast het altaar. De achterwand van de schrijn laat een grote afbeelding zien van de wonderdadige medaille. De heilige ligt hier al vele jaren. De handen heeft zij omhoog gericht. Deze grote handen behoren toe aan een boerendochter en hebben heel wat werk verzet. Catherine heeft een enorme, witte kap op en deze verwijst naar de zusterkleding van de 19e eeuw. Voortdurend knielen bezoekers voor haar schrijn. Zij maken een kruisteken en zijn bij de Heilige Catherine Labouré in gebed. Mij valt het schone van haar gezicht op. Wat ligt Catherine er levendig in stilte bij.

Nadat enkele tientallen bezoekers hun knielende houding veranderen en weer gaan staan, komt er wat ruimte vrij voor de aandacht trekkende glazen kist. Ik schuif op en kom vlak voor de heilige zuster te staan. Ik word stil van binnen.

Mijn gedachten gaan naar het bewogen leven van Catherine Labouré. Vooral de verhouding tussen overste Jeanne Dufès en Catherine komt weer in me op. De zieneres wordt gekwetst door haar overste. Dufès heeft niet veel op met Catherine en de verschijningen. Echter, de zuster gebruikt meer dan haar boerenverstand, want zij gaat de strijd met de overste niet aan. Zij trekt zich ook niet terug met haar innerlijke verwondingen. Catherine gaat opzettelijk, kort na de ontvangen grove beledigingen, op nederige wijze naar de overste. Zij gaat toestemming vragen voor iets dat bijna nutteloos is. Hierdoor herstelt Catherine de relatie tussen haar en de kloosterbazin. Zij bewijst aan zichzelf en aan haar superieure, dat er bij haar totaal geen sprake is van haat of nijd. Dit doet Catherine, nadat zij haar boerentrots, op prijzenswaardige wijze, opzij heeft gezet. Catherine gaat nog verder in haar relatie tot de overste, want zij vertrouwt Dufès haar meest intieme geheimen toe. Het gevolg is, dat de overste een andere kijk op Catherine krijgt. Jeanne Dufès gaat volledig achter de verschijningen aan Catherine staan. Wat een omwenteling!

Naast de schrijn met Catherine Labouré staat een blauw beklede, houten stoel. Een ketting houdt de dichterbij willende mensen op afstand. Bij haar bezoek aan Catherine heeft Maria op deze stoel gezeten. Hoe zou die stoel zitten? Dat blijft voor mij een onbeantwoorde vraag. Maria heeft er maar eenmaal op gezeten …

Het altaar vind ik in één woord: “indrukwekkend”! Een wit Mariabeeld overheerst de aarde. Twaalf lichtende sterren omringen haar hoofd. Achter Maria zijn twee gouden harten zichtbaar. Deze zijn omgeven door gouden stralen.

Aan de andere kant van het altaar is nog een glazen schrijn. Hier ligt Sainte Louise de Marillac, die leefde van 1591 tot in 1660. Zij heeft mede aan de wieg gestaan van de “Dochters van Liefde”. “Een initiatiefrijke vrouw”, komt in me op. In het middenpad van de kapel, vlak voor het altaar, ligt een grote witte steen. Wat staat erop? Ik ga erheen en lees: “ici à reposé le précieux corps de la Bienheureuse Louise de Marillac co-fondatrice des Filles de la Charité”. Hier heeft dus gelegen het dierbare lichaam van de zalige Louise de Marillac, mede-oprichtster van de Dochters van Liefde.

Ik voel aan de wonderdadige medaille in mijn broekzak. Deze medaille koester ik …

Geplaatst: 7 juni 2020.

~~~

Dutch Dutch English English German German French French Italian Italian Spanish Spanish Polish Polish