België

BANNEUX-N.D.

GESCHIEDENIS

De naam Banneux Notre-Dame, ontstaat in de Eerste Wereldoorlog. De inwoners van het dorpje Banneux voegen aan de naam van hun plaats “Notre-Dame” toe. Dit gebeurt na een belofte aan Maria om hen bescherming te bieden in de oorlog en Maria heeft voor de gevraagde dekmantel gezorgd. Vervolgens is deze belofte in daden omgezet. Banneux is dan geworden Banneux Notre-Dame of Banneux N.D.

Maria verschijnt aan Mariette Beco (1921-2011). Zij is het oudste kind van een groot gezin. Mariette helpt haar moeder in het huishouden onder meer door te koken en te wassen. Ook zorgt zij voor haar broers en zussen. In 1933 verschijnt Maria 8 keer aan Mariette Beco. De zieneres is dan 11 jaar. De verschijningen zijn er als in Europa dictatoriale regimes ontstaan, zoals in Duitsland. De ontmoetingen tussen Maria en Mariette vinden plaats aan de rand van het dorp, vlakbij de woning van het gezin Beco. Deze verschijningen gebeuren in de periode 15 januari tot en met 2 maart. Maria zegt onder meer: “Steek uw handen in het water.”, “Deze bron is Mij voorbehouden.”, “Ik ben de Maagd der Armen.”, “De bron is voor alle naties.”, “Voor de zieken.”, “Ik zal voor u bidden.”, “Ik zou een kleine kapel willen.”, “Ik kom het lijden verlichten”, “Bidt veel.”, “Ik ben de Moeder van de Verlosser, Moeder van God” en “Tot weerziens.”

Bij de zesde verschijning vertrouwt Maria Mariette Beco een geheim toe. Dit geheim is nooit bekend gemaakt. Bij de laatste verschijning zegt Maria: “Ik ben de Moeder van de Verlosser, de Zoon van God. Bidt vurig.” Hierna spreekt Maria het afscheidswoord “Adieu” en Zij zegent Mariette. Mariette begrijpt dat dit de laatste verschijning is, want de vorige keren heeft Maria steeds gezegd: “Tot ziens.”

Maria verschijnt op de plaats waar later de Verschijningskapel is gebouwd. Dit is zo’n 8 meter verwijderd van het huis van het gezin Beco, waar het bos begint. De Maagd der Armen legt de weg van de verschijningsplaats nabij het huis van Beco naar de Bron viermaal af om Mariette naar deze plek te leiden.

De kapelaan van Banneux, Louis-Marie Jamin, trekt veel op met Mariette Beco, maar eerst heeft hij twijfels omtrent de verschijningen. Deze bedenkingen verdwijnen als Maria, via Mariette, aan hem zegt: “Geloof in Mij. Ik zal in u geloven.” Na dit te hebben vernomen, staat hij pal achter de zieneres. Hij hoopt op een tweede Bernadette. Later begrijpt hij dat Mariette anders is dan Bernadette Soubirous van Lourdes.

Na de verschijningen wordt Mariette Beco meermaals onderworpen aan allerlei testen. Dokters en psychiaters onderzoeken haar, maar zij vinden geen enkel spoor van hysterie of leugenachtigheid.

De Verschijningskapel is gebouwd in de tuin van het huis van het gezin Beco, namelijk op de plaats van de verschijningen. Naast deze kapel staat het woonhuis van het gezin. De inhuldiging van de kapel is op 15 augustus 1933 en dit is vrij kort na de verschijningen. Vanaf het begin is de bescheiden Verschijningskapel te klein voor het aantal pelgrims. Het gevolg is, dat in 1937 een Esplanade wordt aangelegd.

In 1938 is de eerste Hospitaliteit gebouwd. Gezien het toenemend aantal bezoekers aan Banneux is een tweede Hospitaliteit gerealiseerd in 1993.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het Heiligdom het onthaalcentrum voor arme slachtoffers van het oorlogsgeweld. Deze mensen komen uit de regio van Luik.

Zowel in 1942, als in 1947 uit de bisschop van Luik zijn erkenning van de diensten in Banneux ter ere van de Maagd der Armen. In 1949 erkent hij de echtheid van de verschijningen. Het Vaticaan volgt dit in 1952.

In het Heiligdom staat de kapel van Sint-Michaël en deze kent een Duitse oorsprong. Konrad Adenauer (1876-1967), de Duitse Bondskanselier, wil de eenheid en vrede tussen volkeren bevorderen. Hij ontvangt van de kapelaans van Banneux, Georg Jacob en Louis-Marie Jamin, een beeld van de Maagd der Armen. In Rhöndorf, het geboortedorp van Adenauer, op zo’n 20 kilometers onder de stad Bonn, staat een kapel. Deze bidplaats is toegewijd aan de Maagd Maria. Tijdens de Tweede Wereldoorlog komen de dorpbewoners in deze kapel bidden voor de krijgsgevangenen van alle naties. In Banneux is een kopie van deze kapel gebouwd, als gift van Duitse bedevaarders. Deze gave is een teken van verzoening na de gruwelijke oorlogsjaren. In 1960 is de eerste steen gezegend door de zoon van de Bondskanselier, Monseigneur Paul Adenauer.

Wat verder op het Heiligdom, achter de Esplanade, staat de kerk “Maagd der Armen”. In 1984 is deze in gebruik genomen.

Op 21 mei 1985 komt paus Johannes-Paulus II naar Banneux. De paus bidt in de Verschijningskapel. Ook gaat hij naar de Bron en steekt de handen in het water. Op deze dag zijn er meer dan 100.000 belangstellenden in het Heiligdom, waaronder mindervaliden, zieken, leden van de Duitstalige gemeenschap en zigeuners.

Mariette Beco heeft langdurig en veelvuldig verwijten moeten horen. Er is laster over haar verteld en haar privéleven is besmeurd. Zij is ook meermaals bespot en gepest. Een reden is, dat zij niet in het klooster is gebleven. Mariette is er even geweest, maar het kloosterleven staat haar niet aan. Een andere reden is, dat zij een huwelijk aangaat. Een tweede Bernadette Soubirous is zij niet; zij blijft Mariette Beco.

Mariette Beco overlijdt in 2011 op 90-jarige leeftijd in het rusthuis “Hôme de la Vierge des Pauvres”, dat genoemd is naar de verschijningen in Banneux.

BEDEVAARTSOORD

In Banneux verschijnt Maria 8 keer aan Mariette Beco en wel in 1933 op 15, 18, 19 en 20 januari, 11, 15 en 20 februari en voor het laatst op 2 maart. Onze-Lieve-Vrouw spreekt niet veel. Wel geeft Zij antwoorden op vragen van Mariette. Daarnaast zegt Maria driemaal: “Bid veel.” Jaarlijks komen vele duizenden naar Banneux. Het aantal bezoekers bedraagt zo’n 300.000 per jaar. Nog steeds wordt hier veel gebeden. Mariette ziet zichzelf als een doorgeefster van de woorden van Maria. Na het doorgeven van de woorden is het voor haar gedaan en wil en kan zij niet nog meer informatie geven.

De naam van het plaatsje Banneux heeft de betekenis van “banale”. Dit staat voor een gebied dat door arme mensen mag worden gebruikt. In 1933 zegt Maria, dat Zij de Maagd der Armen is. Zij plaatst zich tussen de arme mensen en uit haar solidariteit met hen. Dit geeft blijk van het uiten van bescheidenheid en hierbij past het dat Maria vraagt om een kleine kapel.

In de Verschijningskapel staat een groot, indrukwekkend drieluik tegen de achterwand. Het is van schilder Leon Jamin en hij is een oom van de kapelaan, die van grote waarde is om de verschijningen erkenning te laten verkrijgen.

Door het toenemend aantal bedevaartgangers is er nood aan een grote ruimte om hen te ontvangen voor het bijwonen van vieringen. Het gevolg is de komst van de grote kerk met de naam “de Maagd der Armen”. De capaciteit van deze kerk is enorm en dit Godshuis biedt plaats aan 5000 pelgrims.

Naast de kapel van de Heilige Michaël begint de Kruisweg. Er zijn hier 16 kruiswegstaties, inclusief “het Laatste Avondmaal” en “de verrezen Heer”. Alle staties zijn gevormd door kleine glasramen.

In het Heiligdom staan heel wat heiligenbeelden. Al deze beeltenissen staan in een bijzondere relatie tot Maria of armen. Beelden zijn onder meer Onze-Lieve-Vrouw van Walsingham, de zegende Maagd en de Heilige Bernadette. In het Heiligdom, aan het begin van de Esplanade, staat een groot Mariabeeld van meer dan 2 meter hoog. Dit beeld stelt voor de zegenende Lieve-Vrouw. De beeltenis is gemaakt uit marmer van de Italiaanse streek Carrara. Dit beeld is geschonken door Italiaanse pelgrims en is in 1999 ingezegend. Vele pelgrims staan stil bij dit Mariabeeld.

BEREIKBAARHEID

Het plaatsje Banneux N.D. ligt ruim 20 kilometers onder Luik. Op de snelweg van Luik naar Luxemburg, de E25, is het afslag 45 nemen bij Sprimont. Vervolgens de richting Louveigne/Banneux-ND volgen.

Adres:
Banneux Notre-Dame,
Rue de l’Esplanade 57,
B 4141 Banneux N.D.

Voor meer informatie is de webstek: www.banneux-nd.be te bezoeken. Deze geeft de nodige info in 5 talen, namelijk in het Duits, Engels, Frans, Italiaans en Nederlands.

BELEVING

Ik sta bij de eenvoudige woning van het gezin Beco. Naast mij, aan de rand van het bos, is Maria verschenen. Op deze plaats zie ik nu de Verschijningskapel staan. Hier heeft Mariette Beco “een dame” in de tuin waargenomen. Wat is dit bijzondere grond. Ik hoor dat het huis, sinds de verschijningen in 1933, niet is veranderd. In feite is Maria hier aan huis geweest. Ik sta dus op een historierijke, Mariale plek.

In de kleine Verschijningskapel ben ik op de plaats waar Maria is verschenen. Ik zie de grote afbeelding voor me. Dit is het waar gebeurde. Hier heeft Maria haar Moederhart geopend. Volgens mij doet Zij dit ook voor de vele pelgrims, die hier op bedevaart komen. Ik voel dit hier heel sterk en het lijkt dat ik in het grote kunstwerk als getuige aanwezig mag zijn.

Op weg naar de Bron zie ik drie tegels liggen met het wapen van Banneux erop verwerkt. Deze tegels duiden de plekken aan waar Mariette Beco heeft geknield, als zij Maria volgt op weg naar de Bron. Ik merk dat pelgrims bij elke tegel met de knieën aan de grond komen.

Bij de Bron van “Levend Water” is het een drukte van belang. Het lijkt wel dat iedereen hier tegelijk wil zijn. Mensen knielen, bidden, maken handen en gezicht nat met het water en leggen bloemen bij het Mariabeeld. Hier heeft Maria Mariette naartoe geleid. Daarna heeft Zij dit met velen gedaan en nu ook met mij.

In het Heiligdom hoor ik behalve Frans en Nederlands, ook veel Duits. Het valt me op, dat de Duitse betekenis best groot is in Banneux. Dit wordt nog sterker als ik bij de kapel van de Heilige Michaël kom en verneem van het ontstaan van dit gebouw.

Opnieuw zijn mijn gedachten bij Mariette Beco. Wat heeft zij vervelende tijden moeten doorstaan. Velen hebben haar graag de weg zie gaan van Bernadette Soubirous van Lourdes. Echter, Mariette is zo anders en zij heeft zich niet laten dwingen. Hoon, spot en laster vallen haar ten deel, als zij niet definitief het klooster ingaat en nadien in het huwelijk treedt. “Goed dat je jezelf bent gebleven, sterke meid.”, flitst het door mijn hoofd.

Op de Esplanade kom ik bij het grote, marmeren beeld van de zegenende Maagd der Armen. Maria zegent een ieder die hier komt. Ook ik laat me hier zegenen …

Geplaatst september 2019
~~~

BEAURAING

GESCHIEDENIS

In het Waalse Beauraing vinden 33 verschijningen plaats. De eerste komst van Maria is op 29 november 1932. In het vroeg van de avond gaat Zij op een wolkje door de lucht boven de vlakbij gelegen spoorbrug. De meeste verschijningen vinden plaats bij een meidoorn op het terrein van de Zusters van de Christelijke Leer van Nancy. Dit is gelegen aan de weg Rue de l’Aubépine op nummer 6 te Beauraing. Maria is gekleed in een lange, witte jurk en Zij heeft een witte sluier om. Onze-Lieve-Vrouw wordt gezien door vijf kinderen, namelijk Andrée Degeimbre en haar zusje Gilberte, Fernande Voisin, haar zusje Gilberte en broertje Albert.

Maria bevestigt in Beauraing, dat Zij de Onbevlekte Maagd is. Zij zegt onder meer ook dat Zij de Moeder van God is, De Koningin van de Hemel en dat Zij de zondaars zal bekeren. Ook verlangt Zij een kapel.

Op 8 december 1932 zien de kinderen een hart dat gloeit alsof het van goud is. Op 3 januari 1933, de laatste verschijningsdag, stel Maria vragen: “Hebben jullie mijn Zoon lief?” en “Hebben jullie Mij lief?” Zij voegt eraan toe: “Offer dan uw leven voor Mij.” en “Bidt. Bidt veel. Bidt altijd.” Hieruit blijkt dat de verschijningen te Beauraing bijzonder rijk aan inhoud zijn.

Vanaf 2 februari 1943 verklaart het bisdom Namen, dat in Beauraing de eredienst is toegestaan. De bisschop van Namen, Mgr. Charue, erkent op 2 juli 1949 het bovennatuurlijke karakter van de verschijningen. Op 21 augustus 1954 wijdt deze bisschop de Genadekapel in.

Paus Johannes-Paulus II heeft op 18 mei 1985 het heiligdom in Beauraing bezocht. Deze paus toont een grote devotie voor Maria.

De bovenkerk van het heiligdom is verheven tot “Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw met het Gouden Hart”.

De vijf zieners hebben een moeilijke tijd gehad tijdens en na de verschijningen. Mensen toonden ongeloof in hetgeen de kinderen hebben gezien. Medici hebben testen uitgevoerd omtrent de geloofwaardigheid van de vijf zieners te onderzoeken.

Andrée Degeimbre (1918-1978) heeft meer dan 40 jaar elke avond om 18.30 uur bij de meidoorn de rozenkrans voorgebeden. Ongeacht het weer heeft zij dit gedaan. Op 29 november 1977, de 45e verjaardag van de verschijningen, doet zij dit voor het laatst. Gilberte Degeimbre (1923-2015) woont vanaf haar huwelijk 47 jaar in Italië en komt in 2007 terug naar Beauraing. Zij geeft veel getuigenissen van de verschijningen. Gilberte zegt ook: “Sinds de Maagd ons verliet, hebben wij Haar gemist.” Volgens getuigen is Fernande Voisin (1917-1979) het meest bescheiden van de vijf zieners. Tijdens de verschijning op 3 januari 1933, de dag van het laatste bezoek van Onze-Lieve-Vrouw, vraagt Maria haar: “Bemint gij mijn Zoon?” Gilberte Voisin (1919-2003) verliest haar man bij een ongeluk en zelf verongelukt ook zij. Dit gebeurt op 3 januari 2003, de 70e verjaardag van de laatste verschijning. Maria belooft haar: “Ik zal de zondaars bekeren.” Albert Voisin (1921-2003) heeft, na een lang verblijf in Belgisch-Congo, vele jaren als leraar gewerkt aan het Instituut Notre Dame van de Broeders te Beauraing.

BEDEVAARTSOORD

Het meest relevant in het Heiligdom van Beauraing is het Mariabeeld in wit marmer met het Gouden Hart bij de meidoorn. Beeldhouwer Aurélien Pierroux heeft het gemaakt. Daarnaast is er een tweede kloppend hart, namelijk de Genadekapel van Onze-Lieve-Vrouw. Deze kapel heeft opvallende, dikke muren. In het heiligdom is er een kerk “boven” een “onder” om met velen een eucharistie te vieren. In het vroeg van de avond, om 18.30 uur, wordt aan de meidoorn de rozenkrans gebeden.

In de crypte wordt een reliek van paus Johannes-Paulus II bewaard. De tekst op de goudkleurige plaat zegt, dat het een stukje met bloed doordrenkte kleding is, dat de paus op de dag van de aanslag op hem, 13 mei 1981, heeft gedragen.

Tegenover het heiligdom is de winkel gevestigd met heel veel devotionalia, Pro Maria genaamd. Hier zijn onder meer verkrijgbaar beelden, bidprentjes, boeken, films, iconen, kerststallen, medailles en rozenkransen. Achter de winkelruimte is een museum met vooral Mariabeelden uit vele bedevaartplaatsen.

Vlakbij het heiligdom ligt het “Castel Sainte Marie”. Hier is een restaurant en ook biedt het de gelegenheid voor overnachting. Dit kasteel is gelegen aan de Rue des Ardennes 57 te Beauraing. Ook zijn er overnachtingen met maaltijden mogelijk in het Accueil, Rue de l’Aubépine 12.

Er zijn meer dan 20 routes uitgezet om op bedevaart naar Beauraing te gaan. Enkele wegen zijn voor rolstoelgebruikers geschikt. Verder zijn er uitgestippelde wegen om te voet of met met de fiets naar het heiligdom te gaan.

Het aantal bezoekers aan het heiligdom fluctueert. Gemiddeld komen er in de 21e eeuw rond de honderdduizend pelgrims per jaar.

Beauraing is een kleinschalige en ingetogen bedevaartplaats en dit maakt het heiligdom bij velen geliefd.

De Vereniging Zonder Winstoogmerk (VZW) Pro Maria, beheert het heiligdom. Deze organisatie zorgt onder meer voor onderhoud, restauratie en veranderingen in het bedevaartsoord.

BEREIKBAARHEID

Het Heiligdom van Beauraing is te bereiken door de autoweg Brussel-Luxemburg (A4, E411) te nemen. Vervolgens is het afslag 22 nemen, daarna de N94 en de N911 volgen. Beauraing ligt ongeveer 15 kilometer van de grote autoweg.
Beauraing ligt op zo’n 20 kilometer van Dinant, 46 kilometer van Bouillon en 10 kilometer van het Franse Givet.

Het Sanctuaire de Beauraing ligt aan de Rue de l’Aubépine 6, B-5570 Beauraing.

Voor meer informatie zijn er de volgende opties:
– webstek: www.sanctuairesdebeauraing.be/nl
– mailadres: ndbeauraing@gmail.com

BELEVING

Ik woon een viering bij in de beneden-kerk. Er zijn zo’n 300 bedevaartgangers aanwezig. Zij komen uit het Nederlandse Brabant en Zeeland, want elk jaar organiseert het Beauraing-comité uit het bisdom Breda een bedevaart vóór en ná de zomerperiode. In de ochtend is er een eucharistieviering en in de middag het lof met ziekenzegen. Dit laatste vindt plaats in de tuin van de verschijningen van Beauraing. Ik ervaar het als heel speciaal hier te zijn, waar Maria zich meermaals heeft laten zien aan de vijf zieners en zich nog steeds doet gevoelen. Hier heeft Maria haar Gouden Hart getoond.

Ik zit vlakbij het gekroonde Mariabeeld met het Gouden Hart. Dit grote beeld vind ik meer dan schitterend, mede doordat Maria haar armen en handen open houdt. Wat is dat een uitnodigende houding. Hier kan ik enkel op ingaan. Maria toont haar Gouden Hart om liefde zichtbaar te maken. Zij laat zien wat de kracht van liefde mogelijk maakt.

Wat later gaan mijn intenties richting Maria en wel met een zeer persoonlijke lading vol gedachten aan mijn overleden ouders, mijn huidige vrienden en goede vriendinnen. Ook nu besef ik me terdege, dat liefde het krachtigste onderdeel in het leven is en dit sterkt mijn geloof in Maria. Opnieuw ben ik ervan overtuigd, dat het woord liefde het meest gebruikte woord is. Het woord liefde wordt al eeuwenlang gebruikt en is absoluut niet aan slijtage onderhevig.

Ik heb meer dan eens horen zeggen: “Die heeft een hart van goud!” Dit is heel treffend in Beauraing, want hier is Maria met het Gouden Hart. Het valt mij op, dat ik in dit heiligdom merk dat ik een intense drang voel hier te zijn en te blijven komen. In Beauraing kan ik dan ook heel goed vreugde, pijn en verdriet met Maria delen. Ik raak in gebed …

Ineens realiseer ik me, dat de vijf jonge zieners hier Maria hebben ontmoet. Wel een aparte plek bij de meidoorn, met op de achtergrond denderende treinen op het viaduct. Ik zie de meidoorn van heel dichtbij en ook de hulst, welke bij de verschijningen beeldbepalend zijn. Het valt me op, dat heel wat blaadjes van de takken van de hulst zijn verdwenen. Blijkbaar stellen bezoekers prijs op een souvenir uit de natuur. Een vreemde manier van kaalplukken …

In de winkel tegenover het heiligdom verblijven heel wat pelgrims. Ik zie hen kijken, bekijken, afwegen en dan volgt de beslissing iets wel of niet te kopen. In deze zaak is veel verkrijgbaar, want het assortiment aan devotionalia is zeer uitgebreid. Ik zie enkele Nederlandstalige boeken over de verschijningen, maar deze werken heb ik al. Immers, hier ben ik vaker mogen komen en ik heb heel wat aangeschaft in deze winkel. De verhalen van de Mariaverschijningen zijn me bekend. Ik besluit wat voor een vriend en een vriendin mee te nemen. Hiertoe koop ik enkele kaarsen met afbeeldingen van Maria in Beauraing.

Geplaatst 11 maart 2010
Gewijzigd 31 maart 2020


MEERSEL-DREEF

GESCHIEDENIS

In 1686 wordt beslist om in Meersel een katholieke ontmoetingsplaats te beginnen. De beoogde grond behoort aan gravin Maria Gabriëlla de Lalaing. Zij is de echtgenote van Rijngraaf van Salm, tevens graaf van Hoogstraten. Er komt een akkoord en de gravin zet op schrift dat de Kapucijnen op haar grondgebied een klooster mogen stichten. Dit is het begin van Meersel-Dreef. In 1687 wordt met de bouw gestart. Vanaf dat jaar vereren de Kapucijnen er Maria. Ook komt er een lange dreef van zo’n 1100 meter. Aan de ene kant van de dreef worden een klooster en kerk gebouwd en aan de andere zijde wordt een park ontwikkeld.

Voor de realisatie van gebouwen en park is veel geld nodig. De invloedrijke Jan de Wyse wil een deel van zijn vermogen aanwenden om de plannen uit te laten voeren. Jan de Wyse en zijn vrouw liggen begraven in de kerk. De grafsteen ligt in het middenpad van de kerk.

In 1797 worden de paters uit het klooster verjaagd door de Franse bezetter. Na de Franse overheersing komen er Trappisten in het klooster. Pas in 1864 komen de Kapucijnen terug in Meersel-Dreef.

De Mariagrot kent een bijzonder ontstaan. Pater Rutte van Meerle gaat naar Indië, waar de Kapucijnen een missiepost hebben. Tijdens zijn reis steekt er een hevige storm op in de Middellandse Zee. De pater bidt tot Maria en doet de belofte een grot ter ere van Haar op te richten, als de reizigers behouden aan land komen. Deze belofte krijgt in Meersel-Dreef gestalte in 1895.

BEDEVAARTSOORD

Meersel-Dreef wordt genoemd “het Lourdes van de Noorderkempen”. Het is het meest noordelijke dorp van België. De bezoekers aan Meersel-Dreef zijn veelal Vlamingen. Ook komen er talrijke Nederlanders, waaronder de meesten Brabander zijn.

Het Mariapark omvat niet allen de grote grot, maar ook is er aandacht voor onder meer Pater Pio, Gertrudis van Nijvel, Godelieve, Apollonia en Theresia van Lisieux.

Naast de grot, ontvangen vooral de kapellen van de zeven smarten van Maria en de kapel van Franciscus, heel wat bezoek. De kruisweg geeft de beelden in het wit. Het Mariapark biedt ook plaats aan een kerkhof voor Kapucijners.

BEREIKBAARHEID

Meersel-Dreef ligt ten zuiden van Breda, net over de grens van België en Nederland. Via de snelweg A17 – E19 van Breda naar Antwerpen is het de afslag Meer nemen. Wat verder rijden en de aankomst in het rustiek gelegen Meersel-Dreef is bereikt.

Adres: Heieinde 30, B 2328 Meersel-Dreef.

Voor meer informatie is de webstek “www.meersel-dreef.be” te bezoeken.

BELEVING

Ik ga naar Meersel-Dreef en na een uurtje rijden met de auto sta ik voor het Mariapark. Binnen enkele minuten ben ik bij de grot. Het lijkt wel, dat ik in het Zuid-Franse Lourdes ben, Wat is de Lourdesgrot een indrukwekkend bouwwerk van zo’n 15 meter breed en wel 10 meter hoog! Zoals bij elk Mariabezoek steek ik een kaarsje aan en dank Haar voor het mooie van deze dag en dat ik hier weer mag komen.

Meermaals per jaar verblijf ik hier voor enkele uren, zo ook op de Pater Pio-dag in de tweede helft van de maand augustus. Ongetwijfeld trekt de dag ter ere van de Italiaanse heilige de meeste bezoekers per jaar. Dan zijn alle zitplaatsen voor de grot bezet en staan er vele mensen. Dit betekent ongeveer 1300 belangstellenden om de eucharistieviering bij te wonen en vervolgens het Mariapark te bezoeken of de inwendige mens te versterken.

Opvallend vind ik wel, dat Meersel-Dreef op dezelfde dag is bevrijd van de Duitse bezetter als mijn stad Bergen op Zoom, namelijk 27 oktober 1944. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt in beide plaatsen een belofte aan Maria gedaan. Als de plaats blijft gespaard van groot oorlogsgeweld komt er in Meersel-Dreef een Rozenkransommegang. In mijn plaats Bergen op Zoom is dat de Maria Ommegang.

Het Mariapark is voor mij bij uitstek de gelegenheid om in stilte te wandelen met gedachten aan Maria.

Geplaatst oktober 2019

~~~

MORESNET – CHAPELLE

GESCHIEDENIS

Op verzoek van de zieke, 9-jarige Peter Arnold Frank (1741-1801) brengt Katharina Klein een Mariabeeldje uit Aken mee. Katharina schenkt Peter Arnold het beeldje. Elke dag bidt hij thuis voor het genadebeeld. Echter, de epileptische aanvallen verdwijnen niet. In 1750 brengt hij het Mariabeeldje naar een naburig bos. Hij timmert een houten huisje en zet het beeldje erin bij een kleine eik. De jongen bidt vurig bij het boompje en hij wordt bevrijd van de aanvallen van epilepsie. Dit nieuws verspreidt zich snel en vele mensen gaan Maria bij de kleine eik vereren.

Peter Arnold Frank verbergt het genadebeeld in een kist als de Franse troepen in Moresnet komen. Na de Franse overheersing blijkt de kist leeg te zijn; het beeldje staat al op de vertrouwde plaats bij de eik.

Aan het einde van de 18e eeuw is er meermaals een besmettelijke veeziekte. Vele boerengezinnen komen naar het genadebeeld om te bidden en Maria om hulp te vragen. In 1797 komen pelgrims in zeer grote getale in processie naar Moresnet. De belangstellenden worden steeds omvangrijker in aantal. In 1823 wordt een stenen kapel gebouwd om aan de toevloed van bedevaartgangers tegemoet te komen. In 1831 wordt de kapel uitgebreid, omdat steeds meer pelgrims naar het genadebeeld komen om het te vereren. Een kluizenaar gaat zorgdragen voor de bedevaartgangers en zijn kluis staat naast het huidige klooster.

Door de “Kulturkampf”; de strijd tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de staat Pruisen wordt het franciscanessenklooster in Aken opgeheven. Hierdoor komen de franciscanessen naar Moresnet om er een onderkomen te vinden. Dit gebeurt in 1875 op initiatief van Franziska Schervier, de stichteres van de Arme Zusters van de Heilige Franciscus.

De kapel wordt te klein voor de ontvangst van de vele bedevaartgangers en deze wordt in 1879 afgebroken. Op dezelfde plaats komt een groter godshuis en dat is de huidige kerk aan de Rue de la Chapelle.

In 1895 vat Johannes de Ruiter, de latere praeses van het Mariabedevaartsoord, het plan op om naast de genadekapel een kruisweg op te richten. Vervolgens worden gronden gekocht en geruild. Hierdoor wordt een voldoend groot terrein verworven van zo’n 3,5 hectare. In 1898 wordt met het bouwen van de kruisweg gestart. Er worden stenen gekapt op de plaats waar de kruisweg komt. Met deze stenen zijn de omgevingsmuren van de kruisweg en deze van de kloostertuin gebouwd. De gewelven van de staties zijn gemaakt met stenen uit Vaals. Allereerst is de 12e statie met de grot verwezenlijkt. Het is de kruisingingsgroep met Jezus, Maria, Johannes en Maria-Magdalena. De creatie is van beeldhouwer Lambert Piedboeuf uit Aken. In 1899 is er een tekort aan financiële middelen en kan de kruisweg niet geheel worden gerealiseerd. Een paar jaar later is er weer voortgang en in 1902 is de nog niet geheel afgebouwde kruisweg ingewijd. Een jaar later is de 12e statie vergroot en uitgebreid met de Honderdman en twee misdadigers. In 1904 zijn alle staties gereed. De meeste statieafbeeldingen hebben de afmetingen van zo’n anderhalve meter hoogte en zijn ruim een meter breed.

Een nieuwe genadekapel is in 1991 gebouwd. In 1992 is het genadebeeld naar de nieuwe kapel gebracht. Het beeld is afkomstig uit Aken.

BEDEVAARTSOORD

In het mariale bedevaartsoord Moresnet-Chapelle staat het genadebeeld “Maria, hulp der Christenen”. Het patroonsfeest is op 24 mei. Dit beeld wordt ook “Eichschen” of “Eikschen” genoemd, omdat het ooit tegen de stam van een eik heeft gestaan.

De bedevaartkerk is 35 meter lang en 12 meter breed. De gewelfribben komen in het midden bijeen in een sluitsteen met de letter “M” van Maria. Op het verhoogde priesterkoor is het hoogaltaar gemaakt. Hierboven staan Maria en Johannes onder het kruis.

Aan de zijwanden van de kapel zijn marmeren votieftafels bevestigd. In het middenpad ligt een steen en het mozaïekwerk maakt duidelijk dat hier de eik met het genadebeeld heeft gestaan van 1750 tot 1823.

De in 1992 ingerichte, nieuwe genadekapel kent nissen waar kaarsen branden. In het midden van het genade-altaar staat in een schrijn het genadebeeld van Onze-Lieve-Vrouw van Moresnet. Het 24 centimeter hoge beeldje is uit het jaar 1750 en is van terracotta gemaakt.

Zeker het bezoeken waard is ook de kruisweg met heel mooie, indrukwekkende staties. Achter de 12e statie is het kloosterkerkhof aangelegd. Hier ligt ook de initiatiefnemer van de kruisweg, pater Johannes de Ruiter.

BEREIKBAARHEID

Moresnet-Chapelle ligt net onder de Nederlands/Duitse grens in België, vlak onder het Drielandenpunt van het Limburgse Vaals. Moresnet-Chapelle is gelegen aan de weg van Vaals naar Kelmis.

Adres: Franciscanenklooster Moresnet, Place Arnold Frank 1, B-4850 Moresnet.

Webstek: www.moresnet-chapelle.com en hier is de nodige info te lezen.

BELEVING

In de genadekapel, naast het altaar, zie ik twee kleurige vensters. Het ene stelt voor de Annunciatie, Maria Boodschap, en het andere de Kroning van Maria. Het uit het Duitse Aken afkomstige genadebeeld staat schitterend in een schrijn in het midden van het altaar. Maria en de kleine Jezus dragen een kleine stralenkroon. Op liefdevolle wijze houdt Maria de rechterhand van Jezus vast. Onder het genadebeeld zie ik een afbeelding van de kleine eik met het genadebeeld. Zo is het begonnen … Ook de diepgelovige Peter Arnold Frank is er uitgebeeld. Verder zijn twee koeien te zien en deze dieren herinneren aan de ernstige veeziekten, welke veel schade hebben toegebracht aan de boerenfamilies. Dan zie ik afbeeldingen uit het leven van Maria. Wat is dit een bijzonder veelzeggende genadekapel!

In Moresnet-Chapelle maakt de kruisweg heel veel indruk op mij. Ik vind de staties allemaal echte kunstwerken. Het is toch wel een groot cadeau dat alle gelden voor staties schenkingen zijn. Langdurig sta ik bij elk onderdeel van de kruisweg stil en vraag me af of er een uitgebeelde lijdensweg is welke deze van Moresnet-Chapelle overtreft. Het totaal van de staties lijkt voor mij een verblijf in een reusachtige kathedraal met een imponerende kruisweg. Bijzonder typerend vind ik de keuze om elke afbeelding in een grot te verwerken met een traliewerk als afscheiding. In elk kunstwerk zijn symbolen verwerkt. Doordat de staties langs een wat gebogen route liggen, is er telkens een verrassing de volgende lijdenshalte op te merken. Bij de 11e statie “Jezus wordt aan het kruis genageld”, zie ik in het traliewerk verwijzingen naar de wonderen van Jezus. Ook de letters IHS (Jezus Hominum Salvator) zijn erin verwerkt.

De 12e statie ligt op een aangelegde heuvel en deze dwingt mij tot wat langer stilstaan. Het is de hoogst gelegen plaats van de gehele kruisweg. Hier is de grot breder dan bij de andere bouwwerken. Voor de grot is een stenen altaar en hier kan een eucharistieviering plaatsvinden. Op imposante wijze staat hoog boven de grot de kruisigingsgroep afgebeeld. Drie kruisen; voor twee misdadigers en Jezus in het midden. Daarbij vier beeldhouwwerken van Maria, Maria Magdalena, Johannes en de Honderdman. Maria staat er triestig bij met opgerichte, gevouwen handen. Deze kruisweg doet mij de lijdensweg van Jezus en Maria intens voelen.

In de winkel vol met devotionalia, tegenover de kerk, zie ik vele voorwerpen liggen, zoals boekjes, prenten, rozenkransen en meer. Ineens valt mijn oog op een boekje met als titel “Moresnet Le Calvaire”. Dit souveniralbum bevat een serie beelden van de kruisweg. De foto’s zijn in zwart/wit en vlak na de vervollediging van de kruisweg gemaakt. Door het zien van de foto’s raak ik opnieuw gefascineerd door de berg met vele staties. Het is een echte Kruisberg van het lijden van Jezus.

Het bezoek aan Moresnet-Chapelle is meer dan het bezoeken waard.

Geplaatst: 7 mei 2020.

~~~

OOSTAKKER – LOURDES

GESCHIEDENIS

In 1873 laat de markiezin Marie-Thérèse de Courtebourne – de Nédouchel, die op het nabij gelegen kasteel Slotendries woont, een grot bouwen. Deze grot komt er ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes. Omwonenden krijgen van haar toelating de grot te bezoeken.

Op 7 april 1875 gebeurt er een wonder bij de Lourdesgrot; Pieter De Rudder uit Jabbeke geneest op miraculeuze wijze van een open beenbreuk. Hierdoor komt een grote toeloop naar de grot op gang. Immers, mensen realiseren zich dan dat zij niet naar het verre Lourdes in het zuiden van Frankrijk hoeven te gaan om genezen te worden.

Door de gestage toename van het aantal bedevaartgangers wordt een kerk naast de grot gebouwd. Het ontwerp is van architect Emile Van Hoecke-Peeters. Het gebouw is in neogotische stijl opgetrokken en wordt in 1877 ingezegend. Het interieur is pas gereed in 1888. In 1924, bij de viering van het 50-jarig bestaan van de grot, wordt de kerk verheven tot basiliek door paus Pius XI. De basiliek is gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekte Ontvangenis. Het Mariabeeld, dat vooraan in de basiliek staat, is gekroond in opdracht van paus Leo XIII.

BEDEVAARTSOORD

De hoog torende basiliek is het dominante gebouw op het terrein van Oostakker-Lourdes. Achterin de basiliek is informatie te vinden over de op wonderbaarlijke wijze genezen Pieter De Rudder.

Boven de hoofdingang van de basiliek is een groot reliëf uit 1904 bevestigd. Het is gemaakt door de Antwerpse beeldhouwer Jan Gerrits. In het midden staat Maria Onbevlekt Ontvangen, want deze kerk is aan Haar toegewijd. Maria wordt geflankeerd door twee pausen. Links van Haar is het paus Pius IX met een afbeelding van Lourdes op de achtergrond en rechts is het paus Pius X met achter zich een silhouet van Oostakker.

In de voorhal van de basiliek zijn de muren bijna geheel bezet met marmeren ex voto’s. Hier zijn vele dankbetuigingen aan Maria te zien.

Vervolgens is de basiliek te betreden. Het wat duister interieur is geheel beschilderd en op de gewelven zijn sterren gedecoreerd.

Een beeld van Bernadette staat ook in dit grote godshuis en wel in de Bernadettekapel. In 1958, ter gelegenheid van het eeuwfeest van de verschijningen in het Franse Lourdes, is een nieuw beeld van Bernadette geplaatst. Het is gekapt uit wit marmer uit het Italiaanse Carrara en staat op een sokkel. De maker is beeldhouwer Bert Servaes. In de basiliek bevindt zich een reliek van de Heilige Bernadette, evenals een steen uit de grot van Lourdes.

Vooraan in de basiliek staat het grote, gekroonde beeld van Maria Onbevlekt Ontvangen. De retabel boven het hoofdaltaar stelt drie grotten voor, namelijk de grot van de geboorte van Jezus, de grot van de verrijzenis van Jezus en de Grot van Lourdes.

In de basiliek is een kruisweg te volgen met veelzeggende taferelen over het lijden van Jezus. In de torens is een beiaard met 49 klokken. In 1954 zijn deze gebogen kegels met klepels gemaakt door Klokkengieterij Michiels.

De grot is een opvallend lichtbaken door de vele brandende kaarsen. Bij de ingang wordt, door twee botten, verwezen naar de wonderbaarlijke genezing van Pieter De Rudder. Maria is goed zichtbaar aanwezig en voor de grot zijn meer dan 300 onoverdekte zitplaatsen..

In het domein zijn twee ommegangen aangelegd. De ene ommegang is voor de Zeven Smarten van Maria en de andere bidweg gaat over de vijftien mysteries van de rozenkrans. Voor devotionalia is er een winkel naast de grot. Beelden, kaarten, kaarsen en nog andere religieuze voorwerpen zijn er verkrijgbaar.

Naast de basiliek bevindt zich het restaurant “Hotel De Lourdes”. Sinds 1876 bestaat dit etablissement, waar veel mensen komen na het bezoek aan Maria.

De basiliek en de grot zijn het gehele jaar geopend.

In de 21e eeuw komen gemiddeld 300.000 bezoekers per jaar naar Oostakker-Lourdes.

BEREIKBAARHEID

Oostakker is een deelgemeente van Gent en ligt nabij het havengebied op de rechteroever van het Kanaal Gent-Terneuzen. Op de autoweg van Antwerpen naar Gent (A14) is het de afslag Destelbergen nemen, de R4 volgen, daarna is het volgen van de John Kennedylaan (N 424), Henri Farmanstraat, Motorstraat en Lourdesstraat. Oostakker is ook via de A11 bereikbaar.

Adres: Oostakker-Lourdes, Onze-Lieve-Vrouwdreef 12, 9041 Oostakker.

Meer info is op www.basiliekoostakker.be te verkrijgen.

BELEVING

Als ik in Oostakker-Lourdes aankom en de Onze-Lieve-Vrouwdreef bereik, ga ik eerst naar de grot. Bij de ingang van de grot doet een plaat me herinneren aan de miraculeuze genezing van Pieter De Rudder. Wat heeft, na dit wonderbaarlijk voorval, het bezoek aan deze grot een grote vlucht genomen. Hier ben ik bij de meest bekende replica van de Grot van Lourdes! Wat branden hier veel kaarsen! In de grot bid ik tot Maria en dank haar voor de voorspoedige reis.

Als ik de grot verlaat, vallen me heel veel bordjes met dankbetuigingen op. Hieruit blijkt dat aan Maria veel dank is geuit voor een genezing, geslaagd examen, mooie liefde, goed gevoel en meer.

Vervolgens bezoek ik de basiliek. In deze grote ruimte maakt het gekroonde Mariabeeld op mij de grootste indruk. Wat verlicht dit beeld de basiliek! Ook nu bid ik in stilte.

Daarna zet ik mijn ronde in dit kerkgebouw voort en kom bij het beeld van Bernadette. Mijn gedachten gaan naar haar en de verhalen over haar leven in Lourdes, Bartrès en Nevers komen in me op. Ook bid ik hier en mijn woorden gaan over haar sterke wil om mensen te helpen.

Na het bezoek aan de basiliek ga ik naar de ommegangen van de Zeven Smarten van Maria en die van de geheimen van de rozenkrans. Tot besluit kom ik in de winkel met devotionalia. Wat is er veel uitgestald. Ik besluit wat mee te nemen voor een vriend en vriendin.

Geplaatst 17 maart 2020

~~~

SCHERPENHEUVEL

GESCHIEDENIS

Het Mariabeeld staat centraal in de eeuwenoude historie van legenden en waar gebeurde verhalen. Oorspronkelijk is, nabij Zichem, het genadebeeld aan een eik bevestigd. Rond 1200 komen bij de boom de eerste pelgrims. Sinds 1400 zijn er wonderbaarlijke genezingen opgetekend.

In 1514 vindt er een heel opmerkelijke gebeurtenis plaats. De legende verhaalt, dat een herder uit Zichem het op de grond liggende Mariabeeldje wil oprapen en meenemen. Echter, als de man het beeldje in de hand neemt, blijft hij stokstijf staan. Hij kan zich niet meer bewegen. Enige uren later wordt de man gevonden. Het beeldje wordt uit zijn handen genomen en terug aan de eik bevestigd. Vanaf dat ogenblik kan de herder zich weer bewegen. Dit wordt gezien als een teken dat er een kapel met het beeldje moet komen. Rond 1580, tijdens de Calvinistische overheersing, verdwijnt de beeltenis van Maria.

In 1587 wordt door Agnes Frederix een nieuw Mariabeeld geschonken. Door inwoners van Zichem wordt dit beeld bevestigd aan een oude eikenboom op de Scherpenheuvel. Echter, de boom wordt gekapt in 1602 en op deze plaats wordt een kleine, houten kapel gebouwd. Vervolgens wordt het beeld naar Zichem gebracht. Wellicht is dit gebeurd om een eind te maken aan de bijgelovige praktijken bij de eik. Dan vindt er een hoogst merkwaardige gebeurtenis plaats, want het in Zichem staande beeld begint spontaan te bloeden. Dit is aanleiding voor hertog Albrecht en zijn gemalin Isabella, die regeren over de Habsburgse Nederlanden van 1598 tot 1621, een stenen kapel te laten bouwen op de Scherpenheuvel.

In 1607 begint de hofarchitect van de aartshertogen, Wenceslas Cobergher, met het ontwerpen van het huidige kerkgebouw. Het wordt de eerste barokkerk van de Nederlanden. In 1609 wordt door de aartshertogen Albrecht en Isabella de eerste steen gelegd. In 1627 wordt de kerk ingewijd door aartsbisschop Jacobus Boonen. Hierbij is ook de aartshertogin Isabella aanwezig. Het gebouw is een creatie uit de tijd van de contrareformatie. Door het bijzondere kerkgebouw wordt de bedevaartsplaats bekender en dit ook in het buitenland. Het genadeoord Scherpenheuvel wordt gezien als een opvallende, symbolische daad van de katholieke vernieuwing, welke is gestart met het Concilie van Trente (1545-1563).

In november 1629 wordt de basis gelegd voor een traditie, welke tot heden voortduurt. Op de eerste zondag na Allerheiligen wordt een kaarskensprocessie gehouden. De deelnemers aan de stoet en aanwezige belangstellenden hebben lichtjes in de hand en zij trekken met het Mariabeeld rond de basiliek.

Op 25 augustus 1872 heeft paus Pius IX het Mariabeeld laten kronen door kardinaal Deschamps. Dit kroningsfeest wordt om de 25 jaar herdacht en na 1997 is dit weer in 2022.

In 1922 heeft de kerk de titel basiliek ontvangen en ook dit heeft ervoor gezorgd dat er nog meer mensen op bedevaart naar Scherpenheuvel komen. De behoefte ontstaat aan een grote, overdekte ruimte om vieringen te houden, waarbij velen aanwezig kunnen zijn. Het gevolg is de bouw van de Mariahal, achter de basiliek, in 1972. Hier zijn 3500 zitplaatsen. Het daar staande eikenhouten Mariabeeld “Maria Moeder Gods” is in 1980 gebeeldhouwd door Elisabeth Schaffrath.

In 1980 is de basiliek verrijkt met 49 klokken. De beiaard is gemaakt door de firma Clock-O-Matic uit Herent en de klokken zijn gegoten door het Franse bedrijf Paccard.

Scherpenheuvel is de drukst bezochte bedevaartsplaats van België. In de 21e eeuw komen er gemiddeld per jaar ongeveer 800.000 bezoekers.

BEDEVAARTSOORD

In de nissen bij de entree van de basiliek staat aan weerszijden een aartsengel, namelijk Michaël met een vlammend zwaard en Gabriël met een lelierank.

Het miraculeuze beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel staat centraal in de basiliek. Het beeld bevindt zich met het zilveren tabernakel, waar het Allerheiligste wordt bewaard, in het onderste deel van het hoofdaltaar. Het zilveren schrijn, waarin het genadebeeld is geplaatst, dateert uit de 19e eeuw. Het hoofdaltaar staat op dezelfde plaats waar ooit de befaamde eik heeft gestaan.

Het bovenste deel van het hoofdaltaar laat de nagebouwde eik zien, waaraan tot 1602 het genadebeeld heeft gehangen. Links van de boom is de Heilige Philippus van Neri afgebeeld, hij is de stichter van het eerste oratorium te Rome. In Scherpenheuvel is de eerste congregatie, buiten Italië, van het oratorium van de Heilige Filippus Neri gesticht. Rechts staat de beeltenis van paus Gregorius de Grote. Op zijn feestdag van 12 maart is in 1624 het gebedshuis van Scherpenheuvel gebouwd.

De nissen in de basiliek bieden plaats aan beelden van zes profeten, namelijk Mozes, Jesaja, Ezechiël, Daniël, Jeremia en David.

Het orgel van de basiliek is in 1782 gebouwd door de firma Van Peteghem. In 1959 is het vergroot door het bedrijf d’Hondt.

In de nissen rond de basiliek zijn zeven altaren aangebracht, elke met bas-reliëfs zijn versierd. De beeldwerken gaan steeds over een smart of vreugde van Maria.

Achter de basiliek bevindt zich de imposante Mariahal. Hier worden vieringen gehouden met veel bedevaartgangers. Naast de basiliek is een bijzonder diepe waterput te zien. Een kruisweg is aangelegd rondom het domein.

BEREIKBAARHEID

Op de autobaan van Antwerpen naar Luik (A13, E313) is het afslag 23 nemen bij Geel-West. Vervolgens de N19 opgaan richting Veerle en Diest. Bij Diest de N10 nemen en deze leidt naar Scherpenheuvel.
Vanuit Brussel/Leuven is het de A2/E314 volgen richting Bekkevoort en de afslag Scherpenheuvel nemen.

Adres: Mariabedevaartsoord Scherpenheuvel, Isabellaplein 1, 3270 Scherpenheuvel.

Meer info is op www.scherpenheuvel.be te vinden.

BELEVING

Van ver zie ik de onafgebouwde klokkentorens van de bedevaartkerk. Het lijken wel de torens van David en Salomon. Bij het naderen van Scherpenheuvel merk ik de koepel van de basiliek op.

Als ik in de basiliek aankom, ben ik meteen geraakt door het hoofdaltaar, met Maria en de nagebouwde eik. De geschiedenis van Scherpenheuvel komt in me op. Wat een beeldje aan een eik teweeg kan brengen …

In de basiliek zie ik een van de voor mij mooiste kunstwerken, namelijk het schilderij van Theodoor van Loon, genaamd “De tenhemelopneming van Maria”. Maria wordt door naakte kinderfiguurtjes, putti genoemd, naar de hemel gebracht. Daar wachten uitbundig musicerende engelen haar op, terwijl apostelen vanaf de aarde toekijken. Op het schilderij is ook het geopende graf te zien, evenals een korf met bloemen.

Ook zijn schilderijen te bewonderen van “De ontmoeting bij de Gulden Poort van Anna en Joachim” en “De Visitatie”. Wat raken deze kunstwerken mij! Ik zie ook andere schilderijen, zoals van “De Annunciatie”, “De geboorte van Maria”, “De opdracht van Maria in de tempel” , “De opdracht van Jezus in de tempel” en “De rouwende Moeder”. Wat een werken van Theodoor van Loon!

Ik verlaat de basiliek, maak een ronde en kom achter de basiliek bij de Mariahal, waar ik al enkele keren een eucharistieviering met vele anderen heb mogen bijwonen. Vervolgens ga ik naar de achterzijde van het domein. Hier heerst rust, ook al zijn er heel wat bedevaartgangers aanwezig.

Daarna wandel ik naar de waterput. Ik kijk erin. Wat een diepte! Hoeveel bezoekers zouden er al in deze put hebben gekeken?

Tegenover de basiliek zijn er heel wat stalletjes met devotionalia, winkels, cafés en restaurants. Ik koop enkele noveenkaarsen voor vrienden en mezelf. Vervolgens ga ik naar het onthaalcentrum “De Pelgrim” aan de Isabellastraat 15a. Dit is een uitgelezen gelegenheid om wat thee te drinken en de indrukken van mijn bezoek te verwerken.

Na een uurtje ga ik terug naar de basiliek om er een eucharistieviering bij te wonen. Ook nu dank ik Maria voor de bijzonder mooie dag, welke ik hier heb mogen ervaren.

Aan het het eind van de viering wordt het gebed van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel hardop uitgesproken:

Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel

Moeder van God en onze moeder
vol vertrouwen bidden wij tot U:
schenk ons iets van uw geloof
en leer ons dienstbaar zijn
aan de mensen.

Help onze zieken
en allen wier hart
door leed getekend is.

Laat geluk en liefde
wonen in onze familie;
zegen allen die ons dierbaar zijn,
en blijf ook mij nabij
met uw bescherming.

Onze-Lieve-Vrouw
van Scherpenheuvel,
bid voor ons.

Na de eucharistieviering verlaat ik de basiliek. Het is tijd om naar huis te gaan. Met gedachten aan de beleving in het Jeruzalem van de Lage Landen verlaat ik Scherpenheuvel.

Geplaatst 19 maart 2020

~~~

Dutch Dutch English English German German French French Italian Italian Spanish Spanish Polish Polish