GESCHIEDENIS
In de 13e eeuw is er een klooster dat wordt bewoond door monniken. Het klooster is in 1545 gerestaureerd. Er is dan sprake van “Rotunda Spino”, hetgeen vrij vertaald “doornenkroon” betekent. Deze benaming wordt later “Redon Espic”. Het klooster en kerk zijn in 1755 in vervallen staat en vormen een ruïne. In de 20e eeuw is de kerk gerestaureerd en sinds 1999 is het complex van kerk, tuin en oude bouwrestanten een historisch monument.
Aan het bedevaartoord ligt een legende ten grondslag. Het verhaal gaat over een 14-jarige Marie-Jeanne Grave (1800-1814). Zij is de dochter van een boerengezin. De mensen wonen in een gehuchtje dat behoort tot de gemeente Castels. De vader en moeder van Marie-Jeanne zijn pachters van de boerderij die eigendom is van de burgemeester van Bézenac. Noch Marie-Jeanne, noch haar ouders zijn gelovig. De mensen werken alle dagen van de week en vloeken veelvuldig hardop. Marie-Jeanne hoedt de schapen van de burgemeester en doet dit in de vallei Redon-Espic. In dit gebied is een bron, waar de schapen kunnen drinken.
In die tijd maakt een besmettelijke ziekte vele slachtoffers en een doeltreffend medicijn is niet voorhanden om de epidemie te bestrijden.
Maria verschijnt tweemaal aan Marie-Jeanne Grave, namelijk eind juni 1824 en in de eerste helft van juli van dat jaar.
Op een zomerse dag in juni 1814 is Marie-Jeanne met de schapen in de vallei, vlakbij de bron. Ineens ziet zij een dame in een mooi, wit gewaad en witte schoenen aan. Op de borst heeft de dame een lichtgevend kruis. De dame stelt zich voor aan Marie-Jeanne en zegt dat haar naam Maria is. De dame merkt op dat haar ouders hun leven moeten beteren, evenals de dorpelingen. Doen zij dit niet niet dan ontstaat onheil en sterven zij binnen een jaar. Zonder belangstellenden worden zij naar het graf gebracht.
Als Marie-Jeanne terug op de boerderij komt, vertelt zij aan de anderen wat er is gebeurd. Aan haar woorden wordt geen geloof gehecht en de dochter wordt uitgelachen om de vertelde onzin. Ook de burgemeester gelooft Marie-Jeanne niet. Hij dreigt zelfs haar te straffen als zij de onzin blijft vertellen.
Een paar weken nadien verschijnt Maria voor de tweede maal aan Marie-Jeanne. Maria geeft haar complimenten voor het overbrengen van haar woorden. Marie-Jeanne hoort van Maria dat de burgemeester spoedig sterft. Zij vertelt aan haar ouders en buurtbewoners van de tweede verschijning, maar ook nu wordt zij niet geloofd en mensen gaan haar negeren. De woorden van Maria komen uit, want de burgemeester sterft. Wat later overlijden ook haar ouders. Zij worden door een muilezel naar het graf gebracht. Nog meer dorpelingen sterven aan de epidemie.
Op 24 november 1814 sterft Marie-Jeanne Grave. Tijdens de gang naar het kerkhof begint het hard te regenen, maar de doodskist en de dragers blijven droog. Dan realiseren de dorpsbewoners zich dat Marie-Jeanne de waarheid heeft verteld. Vervolgens ontstaat een Mariaverering. Echter, de geestelijkheid omarmt dit niet en de verering van Onze-Lieve-Vrouw stopt.
Jaren nadien komt een pastoor naar het gehucht. De man hoort van de verschijningen en de gebeurtenissen erna. De priester hecht geloof aan wat er is voorgevallen en onderneemt actie door de verering van Maria aan te moedigen. In 1862 staat Charles-Théodore Baudry (1817-1863), bisschop van Périgueux (1861-1863), toe dat de pastoor de eucharistie mag vieren op de plaats van de verschijningen in 1814. Ook is het dan toegestaan bedevaarten te organiseren.
In 1923 wordt bij de bron een beeltenis van Maria geplaatst en gezegend. De bedevaarten blijven op bescheiden schaal doorgaan.
In 2007 is het oratorium gerestaureerd.
BEDEVAARTSOORD
Het mariale oord heet “Notre-Dame de Redon-Espic” en ligt bij een vallei op de heuvels van de Périgord, nabij het riviertje Le Moulant. De oude kerk heeft de naam “Église prieuré Notre-Dame de Redon-Espic” (kloosterkerk Onze-Lieve-Vrouw van Redon-Espic).
Het kerkje toont als verlaten schat in een groene omgeving; een parel in een oase. Het ligt afgelegen in een vallei met bochtrijke wegen tegen een beboste heuvel.
Het oratorium, dat een paar kilometer van de oude kerk ligt, is een klein, rond gebouw. Deze bidkapel is gesitueerd aan een doodlopende weg. Hier vindt de jaarlijkse bedevaart plaats. Er is dan een processie van de monumentale kloosterkerk (l’église du prieuré) naar het oratorium.
De boodschap van Maria aan zieneres Marie-Jeanne Grave houdt in berouw, bidden, boetedoening en respecteren van de zondagsrust.
In de 21e eeuw voorziet de bron de plaatsen Saint-Cyprien en Castels et Bézenac van water.
Naar de plaats van de verschijningen bij het oratorium gaan gelovigen regelmatig heen en steken er kaarsen aan.
De jaarlijkse, grote bedevaart bij het oratorium is op 8 september; de feestdag van Maria Geboorte.
BEREIKBAARHEID
Het bedevaartsoord Redon-Espic ligt tussen de grote plaatsen Bergerac en Brive-la-Gaillarde, vlakbij de rivier de Dordogne en het dorp Castels et Bézenac, naast het riviertje Le Moulant.
Redon-Espic ligt op enkele kilometers van Saint-Cyprien. De oude kerk staat vlakbij de wegen D25 en D48.
Adres: Route de l’oratoire, 24220 Castel et Bézenac
BELEVING
Nog enkele kilometers te gaan naar de oude kerk van Redon-Espic en de weg wordt smaller en smaller. Gelukkig zie ik geen tegenliggers, want passeren laat de breedte van de weg niet toe.
Bij de kerk is parkeergelegenheid. Het is uitstappen en de stenen trap afgaan. Ik kom bij een hermetisch gesloten deur. Door een smalle, stoffige ruit is van het interieur wat te zien. Houten, stofje banken en meer ontwaar ik niet. Wordt de kerk nog gebruikt?, is mijn vraag. Vervolgens is het naar de andere kant van het gebouw gaan, maar ook daar geeft de deur mij geen toegang tot de eeuwenoude kerk.
Vervolgens is het rijden naar het nabijgelegen oratorium en na een paar kilometer kom ik bij de bidkapel. Hier is Maria verschenen! Wat is dit een mooi gelegen, ronde bidruimte! In de muur zie ik een steen met het jaartal 1815. De kapel is dan zeker in dat jaar gebouwd. Het grote Mariabeeld doet me meteen denken aan de beeltenis van Haar in La Salette in de hoge Alpen. Zo heeft Zij er ook hier uitgezien. Naast het beeld van Onze-Lieve-Vrouw is de bron waar Maria is geweest. Wat een wonder dat ik nu hier mag staan.
In de bidkapel van de verschijningen branden kaarsen en nu komen daar nog enkelel lichtjes bij. Tijdens het aansteken van de kaarsen denk ik aan goed mensen en de intenties hebben betrekking op hun welzijn. Na enkele weesgegroetjes te hebben gebeden, bekijk ik de ex voto’s met dank aan Maria.
In het bijzonder mooie oratorium blijf ik nog wat staan, laat de indrukken op me inwerken en daardoor neem ik mooie gedachten mee naar huis. Wat is de bidkapel schitterend gelegen tussen bomen en struiken. Wat een plaats om een verschijning van Maria te voelen!
Dank U, Maria, dat ook ik hier ben mogen komen. Wat is dit bezoek een verrijking van mijn leven!
OMGEVING
Van Souillac naar Redon-Espic reizen, betekent 44 km westwaarts afleggen. In Souillac staat een grote abdijkerk uit het begin van de 12e eeuw, die is toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw Tenhemelopneming. De kerk heeft drie koepels. In het monumentale gebouw zijn restanten van fresco’s uit die tijd te zien. Gebrandschilderde ramen dateren uit 1860, waarbij onder meer Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Martinus zijn weergegeven.
In de kerk wordt de legende uitgebeeld van “le miracle de Theophiel” (het wonder van Theophilus). De Franse abt en dichter Gautier de Coincy/Coinci (1177-1236) schrijft over wonderen van Onze-Lieve-Vrouw. In 1263 maakt Rutebeuf/Rutebuef/Rutebuez/Rutebuéz, Frans dichter uit de 13e eeuw, de eerste toneelversie uit de Franse literatuur door zich te laten inspireren door werken van Gautier de Coincy. Hij komt met een liturgisch drama met de titel “le Miracle de Théophile” (het wonder van Theophilus). Dit gaat over Theophilus van Adana (Adana is nu een grote stad in Turkije). Theophilus is penningmeester en fraudeert. Vervolgens wordt hij ontslagen en verstoten door de bisschop van Adana. De man raakt aan lager wal. Deze zondaar verkoopt zijn ziel aan de duivel. Later bekeert hij zich, toont berouw en wordt gered door de Maagd Maria, die hem uit de armoede doet geraken. Hij krijgt zijn baan weer terug. Dit verhaal is uitgebeeld bij het timpaan, met rijk versierde muren bij de ingang. In het portaal is ook een beeltenis van Jesaja, die 8 eeuwen voor Christus aankondigt dat een jonge vrouw een kind baart en hem de naam Emmanuel geeft (God zij met ons).
In de abdijkerk hangt in de kapel van de Maagd Maria een schilderij van Maria met Kind van Louis Vicat (1786-18610, een Frans ingenieur.
Van Castels (bij Saint-Cyprien) naar Redon-Espic is 8 km naar het oosten gaan.
Vertrekken uit Bergerac om in Redon-Espic aan te komen, betekent 61 km naar het oosten reizen.
Van Cahors naar Redon-Espic houdt in 75 km naar het noordoosten afleggen.
Périgueux verlaten en in Redon-Espic aankomen, vraagt 60 km naar het zuidoosten rijden.
Van het bedevaartsoord Rocamadour naar dat van Redon-Espic gaan, betekent 66 km westwaarts reizen.
~~~










