In de katholieke kerk is het op 1 januari het hoogfeest van Maria Moeder van God. Tevens is deze dag de afsluiting van het Octaaf van Kerstmis. Deze achtdaagse periode begint op 25 december met de eerste kerstdag en eindigt op 1 januari met de feestdag van Moeder Maria.
De eerste dag van het jaar is de start van een nieuw kalenderjaar onder de bescherming van Maria als Moeder. Hierdoor wordt het nieuwe jaar onder de moederlijke zorg van Maria geplaatst en begint een nieuwe tijd.
In de 7e eeuw is 1 januari al de datum voor de viering van Maria’s Moederschap.
Maria is de Heilige Maagd, Moeder van Christus. Hij is zowel God de Zoon en als mens Jezus van Nazareth. Veel van wat een kind is en heeft, komt van de moeder. Hierdoor ontstaat een levenslange band tussen moeder en kind. Dit is ook zo tussen Maria en Jezus.
Pius XI, paus in de periode 1922-1939, geboren als Ambrogio Damiano Achille Rati (1857-1939) bepaalt dat de feestdag van Maria Moeder van God moet worden gehouden op 11 oktober. De datum 11 oktober bevestigt het dogma van Maria Moeder van God (Theotokos) op het Concilie van Efeze in 431. Sinds deze grote kerkvergadering is er de titel Maria Moeder van God voor de Vrouw die met Kerstmis haar Kind baart.
De datum van de feestdag van 11 oktober verandert door Paulus VI, paus van 1963 tot in 1978, geboren als Giovanni Battista Enrico Antonio Maria Montini (1897-1978). Hij verplaatst de feestdag naar 1 januari. Dit is acht dagen na de bevalling van Maria en dan vindt de besnijdenis van haar Kind plaats. De pasgeborene ontvangt dan de naam Jezus.
In oosterse kerken valt de feestdag van Maria Moeder van God op 26 december.
~~~
