Vele gelovigen hebben de naam Maria gekregen bij hun geboorte. Dit is gebeurd door de invloed van deze naam bij mensen. Dat komt onder meer doordat Maria wordt gezien als de Moeder van iedereen, er veel aandacht is voor Maria, haar geschiedenis, de bedevaartplaatsen en vele Mariakapellen. Wereldwijd dragen velen de naam Maria en ook in heel wat talen. De naam Maria is dan ook een klassieke, tijdloze naam, die al in de Bijbelse tijd populair is.
In de moedertaal van Maria, het Aramees, is het de naam Maryam. In het Grieks, de taal waarin het Nieuwe Testament is geschreven, komende namen voor Maria en Mariam. In het Hebreeuws is het Mirjãm. Deze naam komt voor als de zus van Mozes en Aãron. In de Nederlandse taal zijn vele roepnamen van Maria afgeleid, zoals Marian, Marianne, Marie, Marie-Antoinette, Marieke, Marijke, Mariken, Marjan, Mia en Ria.
Van oorsprong is Maria een Egyptische naam en betekent schoon, welgevormd en ster van de zee. Maria wordt bemind door de Egyptische god Amon. De naam Maryam kan ook een Egyptische oorsprong hebben en betekent “geliefde”.
In de 4e eeuw is het Eusebius Sophronius Hiëronymus (±347-420), ook genoemd Hiëronymus van Stridon, schrijver, vertaler, kerkvader, die de Bijbel vertaalt in de Latijnse spreektaal in de periode 390-405. Hij stelt dat de naam Maria staat voor “druppel van de zee”. Dit is “Stilla Maris” in het Latijn. Door een onzorgvuldigheid is dit overgeschreven als “Stella Maris” en dit wil zeggen “sterre der zee”. Tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) is de tekst van Hiëronymus aanvaard als gezaghebbend.
In de laatste eeuwen van het Romeinse Rijk komt de naam Maria niet of nauwelijks voor. Dit geldt ook voor de jaren van de vroege middeleeuwen.
Vanaf de 12e eeuw neemt het dragen van de naam Maria een grote vlucht. In die tijd worden ook legenden over Maria verteld en komen mirakelspelen voor waarin Maria een voorname plaats inneemt. Met name vanaf deze tijd wordt Maria gezien als bemiddelaars tussen mensen en Jezus. Opvallend is dat in die jaren het vele edelen zijn, waaronder gravinnen, hertoginnen, prinsessen en koninginnen, die de naam Maria dragen.
In het mirakelspel uit ±1515 “Mariken van Nieumeghen” (Mariken van Nijmegen), dat is geschreven door een onbekende auteur, wordt de van Maria afgeleide naam Mariken gebruikt. De kern van het verhaal is dat de duivel Mariken helpt en zij besluit de duivel te volgen. De duivel stelt twee eisen, namelijk nooit meer een kruisteken maken en een andere naam aannemen. De duivel heeft dit van haar geëist, omdat hij door een zekere Maria narigheid heeft gekend. De naam Maria en daarvan afgeleide namen worden niet meer getolereerd door de duivel. Mariken willigt de eerste eis in, maar de tweede niet. Zij behoudt haar naam, die van Maria komt en deze biedt haar hoop en troost. De moraal van dit verhaal is, dat hoe erg iemand zondigt, altijd is er vergiffenis door middel van Maria, mits er spijt wordt betuigd.
De naam en beeltenis van Maria zijn veelvuldig aanwezig. Plaatsen, gebouwen, beelden en kerken dragen haar naam. Voorbeelden van plaatsen die naar Maria zijn genoemd: Mariakerke, Sint-Maria-Latem en Onze-Lieve-Vrouw van Waver. Enkele voorbeelden van kerken die in de naam naar Maria verwijzen zijn: Kerk van Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Dadizele, Kerk van Maria-Tenhemelopneming te Kortenbos, Onze-Lieve-Vrouwe-basiliek te Scherpenheuvel, Onze-Lieve-Vrouw van Vrede in de Sint-Niklaaskerk te Brussel en de kerk Onze Lieve Vrouw van Lourdes te Bergen op Zoom.
Vanaf de 19e eeuw worden de naam Maria en daarvan afgeleide namen steeds populairder. Gedurende vele jaren is het de naam die het vaakst aan pasgeboren meisjes wordt gegeven en vele jongens hebben ook de naam Maria als een van de doopnamen.
