Mei is de Mariamaand. De naam “mei” is afgeleid van de Griekse godin “Maia”. “Maia” is in de Griekse mythologie de oudste, bevalligste en meest verlegen van de Pleiaden, de zeven nimfen, zeven dochters van Atlas en Pleione. De oorspronkelijke betekenis van “Maia” is moeder. Later heeft “Maia” de betekenis van “vroedvrouw” gekregen.
De Griekse moedergodin “Maia” is door de Romeinen vereerd om de natuur weer in bloei te laten komen. De Romeinen noemden de maand van het voorjaar “Maius”. Op de eerste van de maand mei vierden zij het feest van de godin Bona Dea (Goede Godin), die later met de Griekse godin Maia is geïdentificeerd. Begin mei vierden de Romeinen het meerdaagse bloesemfeest met de naam Floralia.
In het Latijn is “Maius” zowel verwant aan “Maior”, dat groter betekent, als aan “Maiestas” dat staat voor aanzien, pracht en verheven.
In de middeleeuwen is in Italië het gebruik ontstaan de maand mei aan Maria toe te wijden. De aartsbisschop van Milaan, Carolus Borromeus (1538-1584), organiseert in zijn ambtsperiode 1560-1584 in de maand mei gebedsbijeenkomsten voor Maria in de Milanese kathedraal. Vele gelovigen komen er bidden, omdat de pest hun gezondheid ernstig bedreigt. Na Milaan volgen andere plaatsen om in de maand mei extra veel tot Maria te bidden.
De maand mei in het teken plaatsen van Maria gebeurt ook in de muziek en poëzie. In 1691 verschijnt “Mirantischen Mayen-Pfeiff” van Laurentius von Schnüffis (1633-1702), geboren als Johann Martin von Schnüffis. Hij is eerst zanger, toneelspeler en in 1665 wordt hij kapucijn en predikant uit de late barok, componist en lyrisch dichter. In zijn “Mirantischen Mayen-Pfeiff” wordt het beeld van de lente aan Maria toegeschreven en wordt Zij gevierd als symbool van de lente vol genade na een winter van verderf. Hierin wordt Maria bezongen als Hemelse Koningin.
Giuseppe Maria Saporiti (1691-1767), aartsbisschop van het Italiaanse Genua (1746-1767) komt in 1747 met de aanbeveling in de maand mei bij de gelovigen thuis aan Maria aandacht te schenken. In 1784 is de hele maand mei openbare Mariaverering in de kerk van de Camillianen (ziekenverzorgers) in het Italiaanse Ferrara. Een volgende ontwikkelingen is er in de Italiaanse hoofdstad Rome waar in 1813 in zo’n 20 kerken in mei feest voor Maria wordt gehouden. De mei-aandacht voor Onze-Lieve-Vrouw verspreidt zich van Italië naar onder meer Zwitserland, Frankrijk, België, Duitsland, Oostenrijk en Nederland. Deze Europese uitwaaier van de Maria-aandacht in de maand mei komt voor een belangrijk deel door de Franse jezuïet Pierre Doré (1733-1816), die de Italiaanse mei-Mariamaand heeft meegemaakt.
In de katholieke kerk is mei de Mariamaand. Het vieren van de Mariamaand is te zien als een krachtig middel ter verkrijging van vrede en rechtvaardigheid. Dit heeft paus Paulus VI, die paus is van 1963 tot in 1978 en in 1897 is geboren als Giovanni Battista Enrico Antonio Maria Monti, in een encycliek verwoord. Dit pauselijk document heet “Mense Maio” (Latijn voor “De Meimaand”) en is van 29 april 1975. De ondertitel van deze encycliek is “over het gebed om vrede tijdens de meimaand”. Deze pauselijke zendbrief roept op tot gebed tot Maria om te komen tot het bidden voor vrede in de meimaand.
Een andere traditie is in de meimaand is in menige plaats een meiboom te planten. Ook dit verwijst naar voorjaar en ontluiken in vrede met goed gevoel.
Heel veel parochies besteden in de maand mei extra aandacht aan de devotie tot Maria. Dit betekent de rozenkrans bidden, extra bloemen leggen bij Mariabeelden, meer kaarsen aansteken bij afbeeldingen van Maria, processies houden ter ere van Maria en het naar Maria-oorden op bedevaart gaan.
